Foto: Nick Oostendorp

Column Luuk Stam - Zwarte Cross

Zwarte Cross

"Waar komen jullie weg?" De vraag komt van de man die in het strandpaviljoen in Vlissingen net als ik al een tijdje naar de laatste bergetappe van de Tour de France zit te kijken. "Uit de Achterhoek", antwoord ik. Bekend terrein voor hem. Hij woont zelf in Friesland, maar hij komt hier regelmatig met de motor naartoe. "Prachtig gebied", vindt de Fries. "En…", zo voegt hij eraan toe. "Jullie hebben de Zwarte Cross."

Daar is hij nog nooit geweest, maar hij zou het festival graag eens bezoeken. Ik vertel dat ik er drie keer kwam. De eerste keer was dat omdat ik vond dat je het als Achterhoeker in ieder geval één keer gezien moest hebben, de keren daarna omdat iemand met vrijkaarten mij meevroeg. Voor de rest gun ik de kaarten – die altijd in rap tempo zijn uitverkocht – aan mensen die er veel meer om geven dan ik.

Een kleine twee weken terug speelde ik nog wel taxi. Dat deed ik op verzoek van een kameraad, die in Utrecht werkt en drie collega's had uitgenodigd. Dat waren een Chinese dame die in Londen woonde, een vriendelijke jonge vrouw uit de Indiase stad Delhi – een metropool met een kleine 20 miljoen inwoners – en een jongen die van oorsprong uit een klein Gronings dorp kwam.

Die laatste keek erg uit naar Høken met de Heinoos en ook de twee dames hadden zich redelijk ingelezen in 'the Black Cross'. Ze hielden rekening met veel gezellige mensen, bier, crossmotoren en muziek. Daar kon ik weinig tegenin brengen. Veel bondiger is de Zwarte Cross immers niet samen te vatten. Wel hadden ze van collega's uit het westen de vraag gekregen wat ze in godsnaam op 'dat boerenfeest' moesten.

Ze hadden zich er niet door van de wijs laten brengen. Zij gingen in op de uitnodiging en daar hadden ze na afloop geen spijt van. Sterker nog; ze waren vol lof. Tijdens het optreden van Høken met de Heinoos hadden de dames het zelfs gepresteerd om een plekje op de allereerste rij voor het podium te bemachtigen. Veel beter kun je de sfeer hier niet proeven. Ik vond het mooi dat mensen van ver buiten de regio zo genoten van 'ons' festival.

Dat een Amsterdamse rapper – nota bene de bedenker van de geniale zin 'moet ik je tackelen, Ekkelenkamp' – er iets minder van genoot, deed aan dat gevoel weinig af. De ophef over de ludieke bordjes was jammer, maar veel meer bleef mij de wijze bij waarop de festivalbezoekers stilstonden bij het overlijden van de 18-jarige Boet uit Vragender. De rouwronde was een waardig eerbetoon aan een echte Zwarte Crosser.

Ik had het niet anders verwacht op dit festival waar humor, lef en gemoedelijkheid belangrijke kernwaarden zijn, maar waar je er ook als noabers voor elkaar staat wanneer je elkaar nodig hebt. Gezellig een biertje drinken als het kan, een steun in de rug als het moet. Het maakt dat je als Achterhoeker op vakantie met trots durft te zeggen: "Ja, inderdaad. Wij hebben de Zwarte Cross!"

Meer berichten