
Doorweekt
OpinieVoor de meesten hier op het fietspad zit de schooldag erop. Het is één van de eerste weken na de zomervakantie, misschien wel de eerste dag, misschien wel het eerste jaar. En dan gelijk dit, een regenbui van de buitencategorie. Zo lijkt het helemaal niet, als ik even hiervoor de Buienradar bekijk, in het centrum van Vorden. Ja, er komt de nodige regen aan, geheel droog in Hengelo komen, dat gaat niet lukken. Maar het lijkt niet veel meer te worden dan iets gespetter, de voorbode van forsere buien later op de middag.
Zo vaak ga ik niet meer op de fiets naar afspraken verder dan een paar kilometer van huis. Nu kwam het mooi uit, leek het er qua weer een prima dag voor. Niet te warm, zeker niet te koud, wel droog. De heenweg ging zonder problemen, de wind mee, in de verte wat dreigende wolken, maar geen spatje. De terugweg zie ik op dat moment nog vol vertrouwen tegemoet. Ja, hooguit heel iets regen. Maar we zijn niet van suiker, een paar druppels kunnen we hebben. Ik heb niet eens iets bij mij dat op een regenjas lijkt.
Had ik die maar meegenomen, want hoe anders is het allemaal nu het plenst. De hemelsluizen gaan volledig open. En het stopt voorlopig niet, de hele weg richting Hengelo oogt grijzer dan grijs. Twee meiden beginnen te gillen als de weergoden besluiten om er nog een schepje bovenop te doen. Iets verderop ontwijk ik een groepje scholieren dat midden op het fietspad stil is gaan staan, overduidelijk onder de indruk van het natuurgeweld dat zich uitstort. Dit lijken mij eersteklassers. Dit is niet schuilen onder een boom, dit is van schrik niet meer weten wat je moet doen. Ik zie vragende blikken. Waar zijn we hier beland? Hoort dit erbij?
Ondertussen rijden automobilisten langs alsof er helemaal niets aan de hand is, de ruitenwissers een standje hoger, gewoon een pittig zomers buitje, goed voor de natuur. Toch ook een stel ouderejaars op het fietspad, met drie naast elkaar, zij lijken eveneens weinig onder de indruk. ‘Hé Luuk Stam!’, roept één van hen in het passeren. Blijkbaar ben ik onder de capuchon van deze jas met extreem lage waterdichtheid – categorie dun zomerjack – nog altijd herkenbaar, de status ‘verzopen kat’ moet zojuist nochtans in volle glorie zijn bereikt. Zo voelt het in ieder geval.
Het helpt dat ik niet alleen ben. Deze scholieren zijn de helden. Niks papa of mama bellen, niks de bus pakken, doortrappen. Voor zover er een keuze is, want de hevigheid van dit regenfront zal ook hen hebben overvallen. Velen sturen het fietspad af, zoeken een schuilplek. Ik ben toch al helemaal nat, besluit door te fietsen. Terug thuis, gedoucht en wel, app ik met een leeftijdsgenote. Ik vertel over de fietsrit, sinds de Ulenhof-tijd niet meer zó doorweekt geweest. ‘Dan had je ‘t schuim op je knieën staan, met spijkerbroek aan’, appt ze terug. Verrek, ja. Viel dit dan bij nader inzien nog wel mee? Hoe dan ook: het schooljaar is nog lang.










