Woudstra’s eigen, nog door Cuypers gebouwde, landhuis Wientjesvoort. Eigen foto
Woudstra’s eigen, nog door Cuypers gebouwde, landhuis Wientjesvoort. Eigen foto

Friso Woudstra en het vanzelfsprekende verleden

Economie

VORDEN - Alles wat Friso Woudstra ontwerpt voldoet aan het bouwbesluit, is digitaal uitgewerkt en kan door weldenkende aannemers en bouwvakkers worden uitgevoerd. Hoe traditioneel ook, toch hebben zijn huizen alle eigentijdse technieken in zich, van beton- tot staalconstructies, van luchtbehandeling tot domotica. Woudstra is opgegroeid in een artistiek gezin. Zijn vader is als organist en musicus betrokken geweest bij de gereformeerde kerk van Vorden. Een van zijn grootvaders is architect Kroon uit Bolsward en één van de broers van zijn andere grootvader is aannemer in Arnhem geweest. Zij vertegenwoordigen als het ware de nuchtere kant van het bouwvak. Het gevoel voor smaak, voor rijkdom en sfeer van materialen, hun onderlinge afstemming en harmonie – de werking van het oppervlak, de subtiele nuanceringen van kleur en licht – dat dankt Woudstra vooral aan zijn moeder.

Hij bezoekt in 1978 de academie in Arnhem, omdat het de schone bouwkunst is die hem trekt, niet alleen de bouwkunde. In de tijd van modernisme, halfsteens verband, beton, schrootjes en een karig soort sociale woningbouw, zoekt hij zijn bronnen bij architecten van de Delftse School zoals Granpré Molière. Die worden dan vooral verbonden met reactionair en antimodern denken. Hij zoekt inspiratie in het verleden, in het subtiel en zorgvuldig restaureren van monumenten, onder meer in Zutphen. Daar ziet hij de lijstgevels van de achttiende en negentiende eeuw, die vaak oudere panden verbergen. Terugblikkend zegt hij: “Niemand wilde mijn stijl, dus ben ik zelf gaan ontwikkelen. Ik ervaar een natuurlijke relatie tussen het woonhuis van mijn grootvader, architect Kroon in Bolsward, en mijn eigen werk: allebei met een liefde voor historische vormen, allebei op zoek naar evenwicht in hoofdmassa en detaillering, allebei met gevoel voor ambachtelijke uitvoering en decoratie.”

Door traditie gevormde motieven en elementen
Daarbij gebruikt Friso Woudstra zonder enige schroom door de traditie gevormde motieven en elementen uit het verleden. Het gaat dan om kroonlijsten en gootlijsten met de juiste profielen. En ook om schuifvensters met kleine ruitjes, de latere zesruits vorm en ook het lange tijd verguisde T-venster. Deze venstervormen zijn ontwikkeld uit het aloude schuifvenster met kleine ruitjes. Die zijn in de loop van de tijd steeds groter geworden. Door industrialisering en verbeteringen in de glasfabricage zijn in de negentiende eeuw steeds grotere glasmaten mogelijk geworden. Woudstra zorgt ervoor dat de verhoudingen hoe dan ook kloppen. Deze worden tegenwoordig vaak verstoord omdat er ventilatiestroken in de raamdelen worden opgenomen. Woudstra vindt een andere oplossing, hij verbergt de ventilatieopeningen in de bovendorpels, waar ze in de schaduw van de negge wegvallen. Dat is bijvoorbeeld te zien in de villa in Didam. Zo laat hij zien dat ook binnen de huidige regels een ontwerp in historiserende stijl zonder compromis kan worden gerealiseerd.

Woudstra houdt rekening met de isolatiewaarden van het bouwbesluit en besteedt veel aandacht aan een ranke profilering van het raamwerk. Traditionele luiken of persiennes kunnen ook worden gebruikt. Soms zien we binnenluiken en fraai gevormde houten zitbanken onder het venster. Een voorbeeld is te vinden bij het landhuis in Oranjewoud en bij landgoed Bruggenbosch (foto 3) in Twello. Bij historiserende panden laat hij ook het aloude kruisvenster uit de vijftiende en zestiende eeuw herleven. Een feest voor het oog zijn tenslotte de hanenkammen, strekken en togen boven de muuropeningen. Hij werkt ze vaak één op één op tekening uit, zodat de elementen in de fabriek op papier uitgelegd en vervaardigd kunnen worden. Dit doet hij omdat veel metselaars niet meer in staat zijn dergelijke elementen uit te werken. Door ze levensgroot op papier uit te werken, houdt hij als architect controle over de kwaliteit van de uitvoering. Hij kan daarvoor dan speciale vormstenen gebruiken, of bijgehakte of geslepen stenen.

Zijn bouwkunst voegt zich naadloos in de omgeving. Afhankelijk van de wensen van de opdrachtgever kiest hij steeds voor een passende stijl. Eigenlijk nog steeds op de manier waarop in het verleden karakterleer en decorum de keuze van de juiste vormentaal bepaalden. Vaak is dat het classicisme, maar soms ook de Jugendstil of de stijl van het jaren dertig-huis. Soms gaat het om rietgedekte villa’s, soms om historiserende huizen, waarbij motieven uit de middeleeuwen of latere tijd tot een nieuw geheel worden gemaakt. Ook zijn eigen woonhuis Wientjesvoort, een vroeg werk van Pierre Cuypers, inspireert hem meer dan eens. Dat heeft geleid tot een rijk oeuvre, als het ware een muziekstuk met steeds anders klinkende variaties op het gegeven thema.

Werkwijze
Daarbij werkt hij in beginsel nog traditioneel. De eerste ideeën voor een huis komen op tijdens en na het gesprek met de opdrachtgever. Ze krijgen vorm in ruwe potloodschetsen op een velletje briefpapier met aanzicht en de plattegronden van de verdiepingen. Die schetsen werkt hij uit op een A4-tje, waarna zijn tekenaars in nauwe samenspraak met hem de bestektekeningen gaan uitwerken. Dat deden ze aanvankelijk nog met de hand, maar al snel wordt alles digitaal uitgewerkt. Daarbij komt het aan op een getrouwe vertaling van het eerste idee in gevels, plattegronden en details. Daarna volgt de uitwerking van alle technische onderdelen. Het komt er dan vooral op aan om zware isolatiepakketten en technische installaties toch zoveel mogelijk te verbergen of zo te detailleren dat ze zich voegen naar het ontwerp als geheel. Dat zorgt ervoor dat het gebouw vanzelfsprekend oogt, alsof het er altijd is geweest.

Een romantisch kasteel met eigentijds comfort in Ruurlo
Het eeuwenoude landgoed Ruurlo, heeft na de verkoop van het familiekasteel jarenlang een bestuurlijk middelpunt moeten missen. En dat terwijl juist de eenheid van landgoed en kasteel of landhuis karakteristiek is voor de vele landgoederen in deze regio. De familie Van Heeckeren van Kell heeft Friso Woudstra dan ook opgedragen een kasteel met bijgebouw te ontwerpen op een mooie locatie, gelegen binnen de contouren van het oorspronkelijke landgoed met lanen, bossen en landbouwgronden. Het moet sfeer en karakter van een eeuwenoud kasteel combineren met de kleinere schaal en het comfort van een eigentijds landhuis. Toch gaat het dan nog om een fors huis van ruim 3300 kubieke meter.

De familie heeft de sfeer van het traditionele landhuis ‘De Kelder’ in Doetinchem mee laten wegen als bron van inspiratie voor het ontwerp. Het is een uitdagende opdracht en doet in zekere zin denken aan de manier waarop Pierre en Joseph Cuypers in de late negentiende eeuw bij de restauratie en herbouw van Kasteel de Haar middeleeuwse motieven hebben gecombineerd met moderne voorzieningen. Het kasteel is opgetrokken in een uit Duitsland afkomstige baksteen: een stevig formaat handvormsteen voor het kasteel, een Waalformaat voor het soberder vormgegeven koetshuis. Daarbij zijn platvolle voegen met dagstreep toegepast, die een bijzondere uitstraling geven. Over de voegkleur en de uitvoering is veel overleg geweest, waarbij de dagstreep uiteindelijk vanuit architectuurhistorisch oogpunt is gekozen als het meest passend.

Het huis is uitgevoerd door de Winterswijkse Bouw Combinatie in de Verbundschalungstechnik. Het heeft drie bouwlagen boven een ruim souterrain. Die onderverdieping is opgenomen in de verhoging waarop het huis is gebouwd. De gevels zijn tot in de details van het kruisverband uitgetekend. Ze hebben trapgevels, sierankers en kruisvensters met onderluiken en glas-in-lood. Die motieven versterken het karakter van het Renaissance kasteel. De brede gevel met de loggia krijgt door de in- en uitgezwenkte topgevel weer een heel ander, sierlijk landhuisachtig karakter.

Voor het kasteel ligt een terras met balustrade. Motieven als de kolommen en kapitelen van de loggia zijn geïnspireerd door de entree van Woudstra’s eigen, nog door Cuypers gebouwde, landhuis Wientjesvoort. Het entreepoortje is een vereenvoudigde versie van de traditionele Renaissance poortjes. De kozijnen zijn als gebruikelijk zorgvuldig gedetailleerd en hebben de vaak door Woudstra toegepaste en in de bovendorpel weggewerkte ventilatiesystemen. Ze laten zien dat eigentijdse bouwvoorschriften en verantwoorde historiserende details elkaar niet in de weg hoeven te staan.

Lees ook: Friso Woudstra is 50 jaar architect

Het woonhuis van de grootvader van Friso Woudstra, architect Kroon in Bolsward. Archieffoto
Vooraanzicht villa in Didam. Foto: Thea van den Heuvel foto & video
Het landgoed Bruggenbosch in Twello; Woudstra Architecten. Foto: Thea van den Heuvel foto & video
Het eeuwenoude landgoed Ruurlo. Foto: Woudstra Architecten

Advertenties doorgeplaatst vanuit Contact Bronckhorst Midden