Geert Jansen toont een 'orgelpijp' van één van de wandkleden van Bé Helfferich waar hij aan meegeholpen heeft. Foto: Alice Rouwhorst
Geert Jansen toont een 'orgelpijp' van één van de wandkleden van Bé Helfferich waar hij aan meegeholpen heeft. Foto: Alice Rouwhorst

Geert Jansen redt kunstwerken van mogelijke ondergang

Cultuur

Wandkleden van Bé Helfferich ondergebracht in textielmuseum

Door Alice Rouwhorst

STEENDEREN - “We zijn heel blij dat de kunstwerken van Bé behorende bij het thema ‘Orgels’ een goed onderkomen hebben gevonden en gered zijn van een mogelijke ondergang.” Dat zegt Geert Jansen samen met zijn vrouw Anny aan de eettafel in hun woning aan de Anjerstraat in Steenderen over een aantal wollen wandkleden van de kunstenares Bé Helfferich die zij thuis bewaarden. Een deel ervan is sinds maart opgenomen in de collectie van het Textielmuseum in Tilburg. 

Bé Helfferich werd op 4 oktober 1912 in Utrecht geboren als Albertje van Vliet. Zij ontwikkelde zich eind jaren zestig en in de jaren zeventig van de vorige eeuw tot een begenadigd textielkunstenaar. Ze maakte wandkleden met verschillende knoop- en weeftechnieken van zelf gesponnen schapenwol die ze soms ook zelf verfde met natuurlijke verfstoffen. Voor die tijd een gewaagde en vernieuwende manier van werken. Ze maakte kunstwerken voor exposities en werkte in opdracht. Wandkleden van haar werden gekocht door onder meer de provincie Gelderland, Raadhuis Epe, Rheden en Zwolle en de gemeente Doetinchem. Een werk van zo’n veertig vierkante meter dat in het provinciehuis in Zwolle hing is nu in het bezit van museum de Fundatie.

Vrij in de ruimte
Geert heeft naast de fysieke kunstwerken ook nog originele zwart/wit foto’s van verschillende werken en een kopie van een informatieblad van het gemeentehuis Arnhem waar kleden van Helfferich hingen. Hierin staat over haar te lezen:
‘Zij kreeg haar opleiding tekenen en schilderen aan de Koninklijke Academie in Den Haag. In haar schilderijen richtte haar belangstelling zich op het onderzoeken van vorm en kleur, maar ze kreeg behoefte er een extra dimensie aan toe te voegen, omdat het platte vlak haar onvoldoende werd. Op een zelfgemaakt weefgetouw met ketting en doekboom begint ze in 1965 met tapijtknopen… In 1973 is een tweede reeks kleden compleet rond het thema communicatie. In deze geweven en geknoopte kleden verschijnen ook buizen als communicerende vaten…., waarvan er zeven een derde tentoonstelling vormen over het thema: ‘Orgels’. De vormen zijn nu allemaal zo plastisch geworden dat ze vragen om vrijelijk in de ruimte te worden opgehangen…. ‘

Kunstzinnige klik
Geert maakte kennis met Bé Hellferich door zijn werk. De kunstenares, haar man Daan Helfferich en hun drie kinderen woonden in Steenderen aan de Molenkolkweg. Het monumentale boerderijtje schreeuwde om een lik verf en via via kwamen ze uit bij schilder Geert Jansen. Hij had vanaf de eerste ontmoeting een klik met haar. Bé wakkerde zijn latente belangstelling voor kunst aan en stimuleerde hem om een opleiding te gaan volgen op de kunstacademie in Enschede waar zij en haar man, die fotograaf was, werkzaam waren. “Dat wilde ik wel, maar dat ging gewoon niet. Ik moest een gezin onderhouden”, vertelt Jansen. Wat hij wel deed was haar helpen met het weven, want zij had steeds meer last van reuma aan haar handen. “In het begin spande ik alleen de kettingdraden voor haar, maar gaandeweg weefde ik ook proefstukken. Ik heb meegewerkt aan de zeven wandkleden met het thema ‘Orgels’, waarin duidelijk orgelpijpen te herkennen zijn. Bepaalde stukken kon ik hier thuis weven, omdat ik hier een klein weefgetouw had staan. Ik hielp haar met het uitvoeren van haar ideeën en we discussieerden samen veel over kunst en andere onderwerpen.”

Op zoek naar een goed onderkomen
Dit verklaart waarom Hellferichs kunstwerken Jansen zo aan het hart gaan. De kinderen van het kunstenaarsechtpaar hadden weinig belangstelling voor de installaties na het overlijden van hun ouders: Daan in 1981 en Bé in 1985. “Wij hebben ‘de orgels’ hier boven opgehangen en wilden er een goed onderkomen voor vinden. We hadden wel contacten met musea, maar er was toen niet echt interesse. Op een gegeven moment vroegen de dagelijkse beslommeringen en de kinderen weer onze volle aandacht, waardoor ze hier bleven hangen”, zegt Anny.

Verrukt en onder de indruk
Veertig jaar na het overlijden van Bé Hellferich zag Geert in het Museumtijdschrift, nummer drie van 2025, dat er in het Textielmuseum in Tilburg een expositie werd gehouden met werken van Magdalena Abakanowicz (1930-2017). Zij was een Poolse kunstenaar die ook grote, vrij in de ruimte hangende driedimensionale werken van textiel maakte. “Ze bezocht Bé zelfs in Steenderen, waardoor ook ik haar heb ontmoet. Ze nam zelfs wat van Bé’s technieken over”, weet Geert zich te herinneren.
Na het bezoek afgelopen jaar aan deze expositie kwam het echtpaar in contact met de conservator van het Textielmuseum. Anny: “Zij waren helemaal verrukt van ons verhaal en werden zeer nieuwsgierig naar de bewaarde werken van Hellferich. In december zijn ze persoonlijk komen kijken. Ze waren onder de indruk van de goede staat van de wandkleden, het hoge niveau en de gebruikte technieken. We kregen zelfs complimenten dat we ze goed in de mottenballen hadden gelegd. Afgelopen maart hebben ze drie van de vijf stuks die we hier hadden van het werk ‘Orgels’ opgehaald. Ze blijven nu daar in het depot. Volgend jaar worden ze getoond tijdens een expositie over de emancipatie van de vrouw in de kunst, die duidelijk maakt dat vrouwen meer kunnen dan alleen haken en breien.”

De resterende twee ‘Orgel’-kunstwerken die in de Anjerstraat zijn blijven hangen, biedt Geert opnieuw aan bij musea, omdat ze te groot zijn om in hun volgende, kleinere woning te hangen. Daar heeft hij echter niet veel tijd meer voor, want de verhuizing staat gepland over zes weken.

Een deel van meerdere wollen 'orgelpijpen', die horen bij het wandkleed 'Orgels' van Bé Helfferich. Foto: Alice Rouwhorst
Geert Jansen bij een werk van Bé Hellferich dat nu in het bezit is van Textielmuseum Tilburg. Foto: Sabine Jansen

Advertenties doorgeplaatst vanuit de krant