Foto:

Zwaleman | Bouwkunst

Bouwkunst

'Die boerenkinkel uit Twente'. Zo werd hij genoemd door zijn collega's. Op het Amsterdamse architectenbureau waar hij als technisch tekenaar werkte werd een beetje neergekeken op Jan Jans. Niet alleen omdat hij uit Oost-Nederland kwam (uit de rimboe dus), maar ook omdat die collega's helemaal in de ban waren van de toen zeer moderne 'Amsterdamse school'. Terwijl die jonge Tukker vooral geïnteresseerd was in de landelijke bouwkunst die al eeuwen lang typerend was voor het land ten oosten van de IJssel.
Jan Jans (1893-1963) was aanvankelijk 'gewoon' bouwvakker, bezocht pas later een middelbare technische school en vestigde zich na zijn Amsterdamse leerjaren als zelfstandig architect in Almelo. Zijn naam is een beetje in vergetelheid geraakt, maar zonder hem hadden we nu veel minder geweten over de landelijke bouwkunst in Oost-Nederland en het aangrenzende Duitse gebied. In Twente en de Achterhoek legde hij met zijn tekenstift tal van inmiddels vaak afgebroken water- en windmolens en boerenerven, alsmede gevelversieringen en stiepeltekens voor het nageslacht vast. Bovendien zorgde hij er als architect er ook voor, dat heel wat karakteristieke gebouwen werden gerestaureerd en dus behouden bleven.
Ik heb als jochie nog paardje gereden op zijn knie. Jans was namelijk, hoewel een kwart eeuw ouder, een goede vriend van mijn vader. Ook mijn oude heer was zeer begaan met die karakteristieke Saksische bouwkunst. Hij voelde zich waarschijnlijk wel een beetje de discipel van de grote architect. En zoals zo vaak het geval is, was hij nog veel strenger in de leer dan zijn grote voorbeeld. Jan Jans vond dat de eeuwenoude bouwkunst de architecten van de huidige tijd moest inspireren. Maar niet leidend moest zijn. Mijn vader verbouwde een karakteristieke Achterhoekse boerderij tot woonhuis, maar van hem mocht er aan de buitenkant helemaal niets veranderen. De dakramen die er later zijn geplaatst zouden hem een gruwel zijn geweest. En voor nieuwbouw in zogenaamd Saksische stijl (denk daarbij aan de 'boerderijtjes' die je op sommige vakantieparken ziet) had hij helemaal geen goed woord over.
Onlangs kreeg ik van een kennis een twintig jaar oud krantenknipsel toegestuurd. Een ingezonden brief, waarin mijn vader protesteerde tegen de afbraak van een volgens hem historisch zeer waardevolle, eeuwenoude boerderij aan de Peppelendijk in Neede. Vlakbij waar hij toen woonde. De strijd om die boerderij (die plaats zou moeten maken voor een zogenaamde Engelse villa) is blijkbaar in het voordeel van de 'behoudenden' geëindigd. De boerderij staat er tenminste nog steeds. Volledig gerestaureerd, in volle oude glorie.
Het aardige is, dat vorig jaar een paar honderd meter verderop wél een boerderij is afgebroken. Daar maakte niemand bezwaar tegen. En ook mijn vader zou, als hij inmiddels niet was overleden, met die afbraak wel hebben kunnen leven. Het was namelijk een foeilelijke, deels vervallen boerderij, met voor zover ik het kan beoordelen totaal geen historische of bouwkundige waarde.
Wat ik nou zo leuk vind, is dat op de plek van die bouwval een prachtige….. eeh..., ja, wat is er nou eigenlijk precies neergezet? Je zou het misschien een villa kunnen noemen, maar dan zeker geen Engelse. Het is eigenlijk gewoon nieuwbouw in Saksische stijl. Een huis in de vorm van een boerderij, met een rieten dak, deels opengewerkt en met een prachtig, zichtbaar gemaakt gebinte. Ik heb de bouw bijna dagelijks zien vorderen en werd steeds enthousiaster. Het is een woning geworden, zoals Jan Jans die waarschijnlijk gezien zou willen hebben. Door de historie geïnspireerd en toch heel modern. Ik vraag me af, wat mijn vader daarvan zou hebben gevonden.

Meer berichten
 

Nieuwsoverzicht

Meer berichten