Foto:

Zwaleman | Achterhoeks bier

Achterhoeks bier

Het was begin 1973. Zestien maanden lang had ik me als dienstplichtig militair laten rondcommanderen en het afzwaaien voelde echt als een bevrijding. Daarbij kwam dat ik binnenkort 21 jaar en dus volwassen zou worden. Dat was bij elkaar natuurlijk een feestje waard. Een feestje dat al mijn vrienden en vriendinnen mochten meevieren, vond ik. Ook al waren dat er toch al snel een stuk of dertig.
Gelukkig was de boerderij van mijn ouders groot genoeg om zo'n gezelschap te herbergen. Maar er was nog één probleem. Mijn ouders waren van de blauwe knoop. Geheelonthouders dus. En hoewel mijn moeder best bereid was een deel van de kosten voor haar rekening te nemen, weigerde ze pertinent om financieel op te draaien voor het aan te schaffen bier. En dat was nou net de grootste kostenpost.
Mijn beste vriend had een goed idee. "Dan koop je toch Brau bier", raadde hij me aan.
Brau (ik meen me tenminste te herinneren dat het zo heette) was een destijds een goedkoop en daarom in bepaalde kringen populair pils, dat in kartonnen kratjes van zes halve liters werd verkocht. Alleen had de kruidenier in mijn dorpje het niet. Die bood slechts keuze uit twee: pijpjes en beugels Grolsch. Gelukkig was mijn vriend, die 'in de stad' op kamers zat, bereid een paar kratjes mee te nemen.
Ik had het beter niet kunnen doen. Vrijwel alle bezoekers van het feestje waren Achterhoekers en Tukkers, die nooit anders dan Grolsch wilden. "Wi'j spiejt neet in een biertje, ma dit bier spiejt wie uut", aldus een inmiddels ex-vriend die na een half uur al vertrok.
Tja, die absolute voorkeur voor Grolsch. Die heeft nog lang bestaan in onze contreien. Maar inmiddels moet Grolsch toch de schappen in de supermarkt delen met andere merken. Heel veel andere merken zelfs. Zeker door de opkomst van allerlei kleine speciaalbrouwerijen zie je soms door de bomen het bos niet meer.

Grolsch komt tegenwoordig uit een grote brouwerij bij Enschede, maar twee van die kleine brouwerijen die je in de supermarkt steeds prominenter aantreft zijn weer helemaal Achterhoeks. Wentersch uit Winterswijk en Brouwersnös uit Groenlo doen het blijkbaar hartstikke goed.
Of dat ligt aan de smaak weet ik niet. Ik heb tot nu toe nog niet één van al die biertjes geproefd. Ik ben niet zo van de speciaalbieren, ik drink liever een gewoon pilsje. En bovendien ben ik veel te zuinig om meer dan twee euro voor een flesje bier uit te geven. In de winkel tenminste, in een café lukt het niet eens voor minder.
Maar ik wordt wel vrolijk als ik in de supermarkt die Achterhoekse biertjes zie staan. Niet alleen omdat ze er zo mooi uitzien. Ook omdat ze van die bijzondere, vaak typisch Achterhoekse namen hebben. Zo fabriceert de brouwerij in Winterswijk onder andere Druuf, Boezewind, Gevloerd en Pomp 4. En uit Groenlo komen Tweeduuster, Zwaar Geschut, Ne Toffen en Mooie Muiter.
Maar voor beide brouwerijen geldt ook, dat ze enkele biertjes een persoonsnaam hebben gegeven. Zo zitten Gerrit en Piet in het assortiment van Wentersch, terwijl Brouwersnös flesjes verkoopt met de namen Willemken, Frolijke Frans en Dikke Toon. Hoe ze aan die namen komen weet ik niet. Misschien zijn het de brouwers die de biertjes maken. Maar er is wel iets aan die namen wat me opviel. Al die biertjes zijn naar mannen genoemd. Zouden ze in Winterswijk en Groenlo nou echt denken, dat bier nog steeds een typisch mannendrankje is?

Meer berichten