
In Memoriam: Joey den Besten (30), nummer 65
SportMotorcoureur uit Borculo was ‘kind van de Varsselring’
Door Luuk Stam
Het was jarenlang een vertrouwd beeld aan het eind van de zondagmiddag tijdens de wegraces op stratencircuit de Varsselring in Hengelo. Na de laatste race van de dag stopte de man met het nummer 65 zijn motor in de Veldermansbocht, de eerste bocht na start-finish. Precies voor het vele publiek rondom de beroemde zinken kap zette Joey den Besten zijn helm af, deed zijn racehandschoenen uit en nam een biertje aan uit handen van één van de toeschouwers om dat biertje onder luid gejuich van het publiek op te drinken. Het mocht, na een lang weekend vol spanning, een weekend vol focus. Dit was de ontlading.
De laatste jaren was er rondom de zinken kap geen publiek meer toegestaan, maar Den Besten was niet voor één gat gevangen. Hij parkeerde zijn motor tegen het hek in de Boschbocht en klom over dat hek om de vele toeschouwers – onder wie voor hem veel vrienden en bekenden – te groeten en te bedanken. Hij woonde dan wel in Borculo, maar de coureur, die opgroeide in Zutphen, was een kind van de Varsselring. De motorsport liep als een rode draad door zijn leven. Dit circuit nabij Varssel was zijn thuis. Zoals een oud-inwoonster van deze buurtschap het op de zondagavond van 2 juli 2023 zo mooi zei: “Joey hoorde bij Varssel.”
Het waren deze momenten, dit contact met het publiek, waar Den Besten intens van genoot. Nergens konden de mensen zo dichtbij de motoren en de coureurs komen als hier, tijdens de wedstrijden op de stratencircuits. Op deze banen reed Den Besten het liefst. De beleving eromheen vond hij prachtig. Handtekeningen uitdelen? Op de foto met een jeugdige fan? Geen probleem. De coureur, die dit seizoen uitkwam in de Superbike-klasse van het International Road Racing Championship (IRRC), maakte er tijd voor. Zoals Loris Capirossi ooit tijd voor hem maakte. Als klein jochie stond hij met de Italiaanse topcoureur op de foto.
Later ging ook Den Besten – net als Capirossi – met het nummer 65 rijden. Eerst op de minibike, vervolgens op de grote motoren. In 2014 maakte hij de overstap van het racen op de permanente circuits naar de stratencircuits. “Op Assen racen is ook leuk, maar dan rijd je voor nul komma nul publiek”, zei hij daar ooit over. In 2014 en 2017 was hij als rijder van het team Performance Racing Achterhoek (PRA) kampioen in het IRRC Supersport, met naast de races in Hengelo ook races in België, Duitsland, Tsjechië en Finland.
Nadat de wegen van het PRA-team en Den Besten scheidden, stond de Borculoër twee jaar langs de kant, maar in 2020 keerde hij terug. Een kans bij het Duitse team Motorradtechniek Geenen vond hij te mooi om te laten schieten. Zijn naar eigen zeggen uit de hand gelopen hobby kreeg een vervolg. Al was hij zich ook bewust van de gevaren van het racen op de stratencircuits. “Je zoekt voor jezelf de grens op”, zei hij daarover tegen NOS op 3 in een interview na de dood van vriend en teamgenoot Jochem van den Hoek in 2017.
De passie voor de sport overwon altijd, een passie die hij graag deelde. Den Besten plaatste on-boardvideo’s en maakte vlogs. Het stopte allemaal abrupt, op het circuit van Imatra, in Finland, ver weg van de Varsselring. Hier laat hij een leegte na, maar vooral ook heel veel mooie herinneringen aan het nummer 65. Zoals zijn naam en zijn nummer zullen voortleven onder medecoureurs en hun aanhang, allen deel van een racefamilie waarin ze zelfs voor tragedies als deze passende woorden weten te vinden: ‘Ride in heaven, Joey.’








