Geert Jansen in zijn Japanse tuin waar op het moment in mei de azalea's volop in bloei. De verschillende opgesnoeide Japanse esdoorns, zodat je door de tuin heen kunt kijken, toren er bovenuit. Foto: Alice Rouwhorst
Geert Jansen in zijn Japanse tuin waar op het moment in mei de azalea's volop in bloei. De verschillende opgesnoeide Japanse esdoorns, zodat je door de tuin heen kunt kijken, toren er bovenuit. Foto: Alice Rouwhorst

Oudste particuliere Japanse tuin met pijn in het hart verlaten

Natuur

STEENDEREN – Een levenswerk waar heel veel tijd en liefde ingestopt is, dreigt verloren te gaan. Met de verhuizing van de Anjerstraat naar De Bongerd aan de Koningin Wilhelminastraat moeten Geert en Anny Jansen na vijftig jaar hun Japanse tuin vaarwel zeggen. Begrijpelijkerwijs is dat moeilijk.

Door Alice Rouwhorst

“Met de komst van een traplift dachten we dat we hier nog langer zouden blijven. Maar er kwam toch onverwachts een plek vrij in De Bongerd. Ondanks dat we hier heel fijn wonen, hebben we gekozen om dit huis te verlaten voor een appartement op de begane grond. Dan hebben we alles gelijkvloers”, legt Anny de keus uit. Met het oog op een afnemende mobiliteit en geestesvermogen is dat een verstandige keuze, maar zeker geen gemakkelijke, want ze moeten hun Japanse tuin, waarschijnlijk de oudste particuliere in Nederland, achterlaten. Een paar planten en ornamenten zijn inmiddels overgebracht naar hun nieuwe tuin, een strook van zo’n 6,5 bij een krappe meter. Wat er met de rest gaat gebeuren is nog ongewis. Geert Jansen hoopt dat het van de woningbouwvereniging mag blijven en dat de volgende bewoner zijn werk met liefde voortzet, maar daar heeft hij weinig vertrouwen in. “Ik ben bang dat de tuin is afgelopen als we hier weggaan”, zegt hij met pijn in zijn hart.

Leren uit boeken
De passie voor de Japanse tuin ontstond bij Jansen na het lezen en zien van een artikel in het Duitse woonblad Schöner Wohnen in 1965 met foto’s in zwart-wit. De tuinstijl raakte hem zo, dat hij op zoek ging naar meer informatie, wat in die tijd amper voor handen was. Tegenwoordig zou Jansen met een paar zoektermen in een mum van tijd een berg aan informatie vinden op het internet. In de jaren zestig kostte het hem in het totaal drie jaar voordat hij zover was om zijn traditionele tuin om te turnen tot een Japanse tuin. “Mijn zoektocht naar informatie bracht mij onder andere in de bibliotheek en zelfs het antiquariaat van de universiteit van Wageningen. Daar vond ik deels wat ik zocht.” Daarnaast kreeg hij een boek opgestuurd uit Amerika die veel bruikbare informatie bevatte. “Als ik ergens aan begin wil ik het ook goed doen”, zegt Jansen over deze lange voorbereiding.

Kenmerken van een Japanse tuin
Een Japanse tuin bestaat uit de vaste basiselementen water, planten en stenen. Water speelt een centrale rol in de vorm van vijvers, kleine beekjes of watervaten en staat voor leven en zuivering. Stenen symboliseren bergen, eilanden of aardse krachten en staan voor stabiliteit en eeuwigheid. Een steen die omvalt of in het water valt mag niet meer overeind gezet worden of op de oever geplaatst worden. De beplanting wordt nauwgezet gekozen en verzorgd met technieken als vormsnoei om de tuin eruit te laten zien als een stukje ideale natuur. Bomen en bloemen staan voor het verstrijken van de tijd, veerkracht en de vergankelijkheid van het bestaan. De beplanting omvat Japanse esdoorn, bamboe, azalea, rododendron, hosta, mos en moslaag, en soms waterlelies in de vorm van een lotusbloem. Doorkijkjes, zorgvuldig gecreëerde uitzichten en het gebruik van natuurlijke materialen zijn essentieel in de Japanse stijl.

Zorgvuldig beplanting en plaats bepalen
Op het landgoed Clingendael in Den Haag zag Jansen in het echt een grote Japanse tuin. Hij maakte een vertaalslag naar zijn kleine tuin van zo’n 250 vierkante meter. Het ging hem bij zijn aanleg niet alleen om wat planten te poten in de tuin, nee, het moest wel kloppen volgens de Japanse filosofie. Nadat hij helemaal tevreden was over zijn ontwerp ging hij aan de slag om zijn Japanse tuin daadwerkelijk te creëren. “In die tijd waren er geen grote tuincentra waar ik alles bij elkaar kon shoppen. Ik vond een kweker, Esveld in Boskoop en heb samen met hem de beplanting zorgvuldig uitgekozen. Met name de Japanse azalea is mijn favoriet. Eenmaal geplant mogen ze niet meer worden verplaatst. Dat brengt, volgens de theorie, ongeluk.” In de tuin kwamen ook zorgvuldig uitgekozen grove stenen waar mossen aan konden hechten, ornamenten zoals lantaarns die hij eigenhandig met een engelengeduld maakte. Een kleine waterstroom die met een bamboeklapper in zijn voortuin begon liep naar achter het huis en mondde uit in een kleine vijver waar vissen in zwommen. Jansen bouwde zelfs een theehuis waar theeceremonies plaats konden vinden. Alles kreeg een van te voren bedachte plek zodat alles één geheel werd.

Explosie van kleur en dan weer rust
Met veel geduld en vooral veel zorg, aandacht en onderhoud groeide de tuin in de loop van de jaren uit tot een kleine, maar in alle details kloppende Japanse tuin. “In het voorjaar is het een explosie van kleur. De azalea’s, de blauwe regen, alles staat dan in bloei. Dat duurt zo’n twee tot drie weken en dan is het weer klaar. En dan ben ik er ook weer klaar mee. Dan is het fijn dat de rust weer terugkeert in de tuin.” Dat is wat de tuin hem brengt en bracht. Heel veel rust en ontspanning. “Ik ga, ging, nooit zonder snoeischaar naar buiten. Er was altijd wel iets te knippen of onkruid weg te halen.” Het door Jansen gecreëerde ecosysteem was zo in balans dat zelfs spontaan (zeldzame) orchideeën in de tuin kwamen en gingen bloeien. De tuin bleef niet onopgemerkt. Media gaven er in tijdschriften en televisie aandacht aan, zoals het programma ‘Passie voor tuinen’ in de jaren negentig.

Concluderen dat het klopt
In een manuscript, de Sakuteiki, staan alle handelingen beschreven hoe een Japanse tuin opgebouwd moet worden. De oudste versie staat op twee dwarsrollen daterend uit de elfde eeuw. Het is de oudste gepubliceerde Japanse tekst over tuinmaken en hoogstwaarschijnlijk het oudste tuinplanningsboek ter wereld. Jansen hoorde over dit boek, maar kon nergens de Engelse vertaling vinden. Een kennis van Jansen, die veel voor zaken naar Japan ging, bezorgde hem na een lange zoektocht de ‘Sakuteiki, the book of gardens’ in een prachtige foedraal, een collectors item. Aangezien Jansen geen Engels kan, werd het boek voor hem in het Nederlands vertaald. Eenmaal gelezen kon hij tot zijn geruststelling concluderen dat hij, na zijn jarenlange zoektocht naar informatie, zijn Japanse tuin aangelegd had zoals het hoort. Hij had geen fouten gemaakt. “Ook al was ik er al wel van overtuigd, ik vond het fijn om na al die jaren toch de bevestiging te krijgen dat ik het goed gedaan heb”, zegt hij tevreden en berustend naar buiten kijkend over zijn levenswerk.

Het artikel over een Japanse tuin met foto's in het zwart/wit in het Duitse tijdschrift 'Schoner Wohnen' was het begin van de Geert Jansens passie voor deze tuinstijl. Het tijdschrift heeft hij al die tijd bewaard. Om zijn nek heeft hij een ketting met daaraan het waaierachtige blad van de Ginko biloba. Deze 'levende fossiel' die al in de Jura periode bestond staat uiteraard ook in zijn tuin en staat in de Japanse traditie voor eenheid, levenswijsheid en spirituele bescherming. Foto: Alice Rouwhorst
De elementen water, planten en stenen zijn alle drie vertegenwoordigd in de Japanse tuin van Geert Jansen zoals het hoort. Foto: Alice Rouwhorst
De lantaarns maakte Geert zelf, omdat deze nog niet verkrijgbaar waren in Nederland. Ze horen in een Japanse tuin. Ze houden boze geesten weg. Foto: Alice Rouwhorst

Advertenties doorgeplaatst vanuit de krant