
'Ik moet er niet aan denken om ergens anders te wonen'
ACHTERHOEK - In Veur de Draod beantwoorden Bekende Achterhoekers stellingen. Wie antwoordt legt zijn ziel bloot. In deze aflevering Martine Letterie (Amsterdam, 12 december 1958), de bekende Nederlandse schrijfster van vele kinderboeken die in de Achterhoek woont.
Door André Valkeman
1) Mijn mentale bui is:
"Over de gebeurtenissen in de wereld maak ik me zorgen, maar ik geniet van het voorjaar. In december ben ik 67 geworden, een leeftijd waarop de meeste mensen met pensioen gaan. Voor schrijvers geldt dat niet, en ik ben ook zeker niet van plan om te stoppen. Het is wel een moment om de balans op te maken. Welke boeken wil ik nog schrijven? Daarin maak ik nu andere afwegingen dan twintig jaar geleden.
Ik heb veel over de Tweede Wereldoorlog geschreven. Tijdens schoolbezoeken en lezingen vertel ik over mijn boeken. Op het moment doe ik dat veel in Duitsland, voor kinderen en volwassenen. Daar wordt de periode van de nazi’s pas op school besproken als de leerlingen 15 zijn. In Nederland doen we dat al eerder en in Duitsland begint dat nu ook te veranderen. Ik vind dat belangrijk. Hoe jonger kinderen doordrongen zijn van het belang van democratie en rechtstaat, hoe beter. Daar probeer ik op mijn manier een bijdrage aan te leveren."
2) Ik lijk het meest op ‘mien va/mo’:
"Van allebei heb ik wat, en gelukkig ook nog iets van mezelf. Mijn lach en mijn manier van praten heb ik van mijn moeder. Zij was juf, en dat zit in mijn dna. De liefde voor koken heb ik van haar. Mijn belangstelling voor familiegeschiedenis en algehele geschiedenis deelde ik met mijn vader, en ik ben net zo koppig als hij was. Ze waren allebei net zo dol op lezen als ik."
3) Mijn grootste angst in het leven is:
"Dat de vrede en vrijheid waarin we nu leven verdwijnt. We moeten met zijn allen ons best doen om die te beschermen."
4) Na de dood is er:
"Niks. Daarom moeten we er nu iets van maken."
5) Ik schreef honderd boeken, maar mijn magnum opus moet nog komen:
"Honderd? Nee hoor, dan zit je mis. Het zijn er 145. En ik heb net een nieuw boek ingeleverd, titel: Wij zijn niet alleen! Dat wordt dus nummer 146. Op het moment heb ik ideeën voor drie jeugdboeken. Een daarvan is een opdracht, het wordt een deel van een groot project van een aantal belangrijke organisaties die zich bezighouden met de Tweede Wereldoorlog en gaat over een voor mij nieuw onderwerp. Wat uiteindelijk mijn magnus opus is, wordt vast aan het einde van de rit wel duidelijk."
6) Ik kan buiten de Achterhoek wonen:
"Ik woon al 45 jaar in de Achterhoek, waarvan 43 in Vorden. En ik moet er niet aan denken om ergens anders te wonen. Dit is de mooiste streek van Nederland, en Vorden het gezelligste dorp. Ik ben geboren in Amsterdam, maar mijn moeders familie is Achterhoeks. Toen ik haar stamboom uitzocht, bleek dat onze voorouders eeuwenlang op boerderijen hier in de buurt hebben gewoond en ik verwant ben met veel Vordense families. Dus misschien voel ik me hier niet voor niets zo thuis."
7) De mens is monogaam:
"Iedereen moet doen waar hij of zij zich prettig bij voelt, zo zie ik het. Voordat ik met Rinke was, had ik verschillende vriendjes, maar altijd één tegelijk. En dat geldt ook voor mijn relatie met Rinke. Eén tegelijk vind ik meer dan genoeg. Wij zijn inmiddels 41 jaar samen."
8) Hierom huilde ik voor het laatst:
"De laatste keer heb ik gehuild van het lachen. Ik had een gesprek met mijn kleinzoon Jesper van 2. Ik zei tegen hem: Wat ben jij eigenwijs! Hij antwoordde: ‘Ik ben niet eigenwijs.’ Ik vroeg: ‘Wat ben je dan?’ Jesper: ‘Een Piet Lutje.’"
9) Mensen met accent en of tongval zijn:
"Ik vind het fijn als je kunt horen waar mensen vandaan komen. Gronings, Achterhoeks, Haags, ik hoor het graag. Volgens mij kun je aan mij altijd nog horen dat ik naast Amsterdam nog in de buurt van Den Haag ben opgegroeid.
Ik heb alleen een lastige eigenschap, mijn tongval past zich aan aan de tongval van de mensen waarmee ik praat. Dat doe ik absoluut niet expres, het gaat vanzelf. Dus als ik met iemand met een Duits accent praat, doe ik dat ongemerkt ook. Dat kan nog wel eens onhandig zijn. Mensen denken dat ik ze na doe."
10) Dit komt op mijn grafsteen:
"Ik wil gecremeerd worden, dus een grafsteen komt er niet. Maar ‘Ik ben nog niet klaar’ zou een toepasselijke tekst zijn. Er zitten voor mij nooit genoeg uren in de dag.
Hoe mijn afscheid eruit zou moeten zien? Daar ga ik niet over. Dat mogen mijn nabestaanden bedenken. Ik ben er immers niet meer."