Achteraan

Hij was met zijn amper 12 jaar één van de jongste deelnemers op de 5 kilometer, maar hij liep vorig jaar flink voorin mee. Sterker nog: in het begin liep hij bij de eerste drie. In de aanloop naar een nieuwe editie van de Quintusloop in Hengelo – komende zondag – trof ik zijn vader. We hadden het over die dag precies een jaar geleden. De Regelinklaan, zo had zijn zoontje vooraf gezegd, daar moet je voorin zitten, want daar kun je bijna niet inhalen. Dat is waar. Het is er prachtig mooi groen, onverhard, maar relatief smal. Die snelle start had de jongeling ietwat moeten bekopen, hij had het meegenomen als les voor de volgende keer.

Zelf deed ik het in een ver verleden weleens precies andersom. In de eerste jaren van de Quintusloop – ontstaan in 2013 – posteerde ik mij na het opspelden van het startnummer helemaal achteraan. Dat was ergens om voor mezelf druk weg te nemen. Niet op een tijd fixeren, gewoon lekker lopen, dat idee. In de praktijk was dat bepaald niet slim. Ik was nooit een heel goede loper, maar mede door mijn fietsconditie was een tijd onder de 25 minuten zeker haalbaar. Dan eindig je doorgaans ergens in het middenveld.

Om daar van achteruit te komen, moet je heel wat mensen voorbij. Daarbij is het idee van ‘het hoeft niet hard’ na het startschot snel verdwenen. Het inhalen van andere lopers geeft een boost, maar je gaat er sneller van lopen dan dat je vol kunt houden. En er komt een punt waarop je niet meer dichter bij je voorganger komt, diegene zelfs van je weg ziet lopen, tot een steeds kleiner stipje in de verte, tot volledig uit het zicht. Als dan ook nog eens anderen jou weer voorbijkomen, zijn de laatste kilometers zwaar, loodzwaar.

Een ervaren loper ben ik nooit geworden, het bleef bij een enkele keer. Met enige ervaring had ik destijds ook geweten dat het bij de oudejaarscrossloop in Vorden eveneens niet handig is om bij de start achteraan te gaan staan, want daar volgt na de start aan de rand van het voetbalveld vrijwel direct een smal bospad, met nog minder inhaalmogelijkheden dan in de Regelinklaan. Twee goede bekenden waren die dag meegekomen om mij na een paar kilometer op de route aan te moedigen, maar moesten veel meer geduld hebben dan verwacht. Ze hebben het er nog over. 

Misschien daarom ook dat ze er het jaar erop niet bij waren toen ik meedeed aan Keppelrun, ook al zo'n schitterende loop. De Achterhoek is er dan ook bij uitstek voor geschikt. De hardlopenevenementen zijn razend populair. Voor de Quintusloop was er een maand van tevoren al geen startbewijs meer te krijgen, sportievelingen zullen ook zondag weer vanuit alle hoeken van het land komen. Voordeel voor de lokale deelnemer is een stukje parcourskennis. Welke afstand je ook loopt, de Regelinklaan is er al na zo'n 500 meter. Je zou het kunnen zien als het begin van een wedstrijd, maar bovenal begint daar het grote genieten.