
Geschiedenis komt tot leven op onderduikadres WOII
AlgemeenKinderen mogen door het gat naar verstopplek onder Het Kervel
Door Alice Rouwhorst
HENGELO - De geschiedenisles over de jaren ’40-’45 die de leerlingen van groep 7 en 8 van de basisscholen Pierson en De Leer uit Hengelo en de Bernardusschool uit Keijenborg op school volgden heeft op woensdagochtend 16 april een indrukwekkende extra dimensie gekregen. De kinderen mochten door een gat in de vloer naar een ruimte die speciaal was uitgegraven om onderduikers een veilige schuilplaats te bieden. De Historische Vereniging De Olde Kaste, amateur historicus Jean Kreunen en Naomi de Groot, mede-eigenaar en bewoonster van Het Kervel verzorgden deze interessante rondleiding en presentatie in het Hengelose landhuis.
Het Kervel heeft een lange historie, waarvan de periode tijdens de Tweede Wereldoorlog wel een hele bijzondere is. Toenmalige huurders Ben en Alie de Graaf boden in de ruimte onder de vloer van april 1943 tot 27 april 1944 een onderkomen aan een groep onderduikers (voornamelijk Joden). De meesten van hen hebben daardoor de oorlog overleefd. De enige toegang tot de schuilplaats bevond zich in de eetzaal, een smal gat onder een verrijdbare haard. Met name het passeren van deze toegang en de bezichtiging van de kelder van het gebouw waar de onderduikers een jaar onder de grond hebben geleefd maakte het verhaal voor de leerlingen zeer invoelbaar.
Weten wat te doen bij onraad
De Groot leidde de kinderen allereerst buiten rond. “Zie je hier dit raam? Daar zat in de oorlog een luik in en daar stond een kippenhok voor. Je zag de onderduikplek dus niet. Van binnenuit kon het opengemaakt worden. Zo kon de volle kakdoos via het kippenhok geledigd worden. Dat deed de tuinman die op de hoogte was van de onderduikers.” De rondleiding ging verder naar binnen naar de keuken die veel grote ramen heeft. De Groot legde uit dat vooruit denken belangrijk was en weten wat te doen als zich iets voordeed. “De kok was ook op de hoogte van de mensen onder de grond. Hij kon vanaf hier heel ver kijken als hij hier aan het werk was en zo bij onraad de mensen op tijd waarschuwen én hun borden van tafel halen. Want dat zou natuurlijk opvallen, veel meer borden op tafel dan dat er mensen aan zaten.”
Zand werd gebruikt om weg op te hogen
Daarna mochten de kinderen één voor één door het gat onder de kachel, die onlangs weer gemaakt is, de kelder in, waar het plafond nu op stahoogte is. Beneden zagen de kinderen de ruimte van het toilet, een kakdoos met velletjes krant als toiletpapier, het ventilatierooster en de ‘woonkamer’ die weer met wat meubels is ingericht om het geheel realistischer te maken. De Groot vertelde verder: “In het beginjaar van de Tweede Wereldoorlog was Het Kervel een plek voor pensiongasten en vakantiegangers. Naarmate de oorlog voortduurde kwamen meer mensen naar het oosten van het land voor een veilig heenkomen of een schuilplaats, zo ook op het Kervel. Ben de Graaf zocht contact met aannemer Bretveld uit Hengelo. Je ziet hem hier op de foto staan. De Graaf vertrouwde hem. Want het was natuurlijk wel een vereiste, dat je iemand kon vertrouwen als je zoiets ging doen als mensen een onderduikadres geven. Ze zouden gangen en een woonruimte onder het huis gaan maken. Deze werden in eerste instantie door kleine jongens uitgegraven, want volwassenen waren veel te groot. Het zand voerden ze in de nachtelijke uren af naar een zandweg in de buurt. Daarmee hoogden ze de weg op.”
Inval in de nacht
Aan de wand hangen ook foto’s van mensen die er ondergedoken hebben gezeten, zoals van Gerda Kahn en haar twee van de drie zoontjes, Harry en Robert. Eric, haar andere zoontje, zat in Zeist. In de nacht van 26 op 27 april 1944 vond er een inval plaats. Verraad? Dat is nooit duidelijk geworden. Op dat moment waren vier onderduikers, waaronder de twee broertjes een luchtje aan het scheppen. “Dat kon natuurlijk alleen maar in het donker. Anders zouden er overdag veel te veel mensen om het huis lopen en dat zou heel erg opvallen. De vier werden gearresteerd en weggevoerd. Gerda heeft haar twee zoontjes nooit teruggezien. Ze is hertrouwd met Ben de Graaf, de man die zoveel levens had gered op Het Kervel. Hij was inmiddels gescheiden van Alie.” De schuilplaats werd die nacht niet ontdekt zodat de overige Joden konden ontkomen. De meesten van hen overleefden de oorlog. Vele nakomelingen van deze onderduikers hebben Het Kervel in de afgelopen jaren bezocht om te kijken waar hun (groot-)ouders een jaar hebben doorgebracht.
Zelf zien en ervaren
“Kun je je voorstellen”, vroeg De Groot aan de kinderen, “dat je hier met twintig mensen bent. De jongste was zeven jaar. Je kunt niet echt staan, de vloer is van zand, er is geen daglicht en frisse lucht komt alleen maar door een kleine roostertje. Je mag niet te veel geluid maken, want anders horen ze je boven in het pand.” Door het zelf zien en ervaren komt het besef van wat onderduiken inhoudt goed bij de leerlingen binnen. Mila Wiegerinck, groep 8 van de Piersonschool, is hier voor de tweede keer. Ze vindt dit bezoek vele malen interessanter dan vorig jaar. “Toen stond dit er allemaal niet en konden we niet door dat gat heen. Toen was het alleen maar een kelder. Nu is het veel echter.”
Bevlogen verhaal van Jean Kreunen
Na een korte drinkpauze werd de ochtend vervolgd met een presentatie van Jean Kreunen. Hij liet veel beeldmateriaal en originele foto’s zien. Zijn bevlogen verhaal ging over de Tweede Wereldoorlog in het algemeen en hij spitste dat zo veel mogelijk toe op de Achterhoek en Hengelo in het bijzonder. Met het hoofd vol informatie en indrukken en een vrijheidspin rijker maakte deze groep ruimte voor leerlingen van De Leer en De Bernardusschool, die ook na deze dag een ervaring rijker waren.



