Afbeelding

Avondronde

Opinie

De grootste crime tijdens een dorpswandeling in de donkere avonduren deze wintermaanden, dat zijn autolampen. Veel daarvan zijn tegenwoordig van een ongekende felheid, ook als ze niet op standje groot licht staan. Bij de wat oudere auto’s met het zachte gele licht is er weinig aan de hand, maar komt er een grote nieuwe wagen met fel blauwachtig licht tegen je in, dan weet je nauwelijks waar je moet kijken, helemaal op een wat donkerder stuk. 

Gelukkig valt het met het aantal fatbikes hier nog mee, want ook die hebben er koplampen op zitten alsof ze hierna nog dienst moeten doen in een stadionmast. Dat kan lastig zijn, zeker als je zoals ik extra gevoelig bent voor fel licht. Inmiddels heb ik mijn avondronde zo aangepast dat de kans op tegemoetkomende lichtpartijen van de buitencategorie zo klein mogelijk is. Kortom: veel woonstraten.

Ideaal is dat niet, toch heeft het ook wel wat. Ik kom langs plekken waar ik al jaren niet of nauwelijks meer ben geweest. Langs het hertenkamp en langs het voormalige korfbalveldje, waar ik mijn eerste Pax-trainingen kreeg. Langs het trapveldje ook, waar we vaak voetbalden met een gezelschap dat elke zomeravond hetzelfde was. De jongsten waren twee broertjes met grote ambities, van Dortmund tot Feyenoord. Het is de plaatselijke sportschool geworden.

Deze avond van voetballers geen sprake, zoals je sowieso vrijwel niemand tegenkomt. De kou nodigt weinig uit, maar eenmaal opgewarmd is het heerlijk. En wanneer er nauwelijks iemand op straat is, valt alles op. Je loopt dwars door andermans avond heen. De één komt laat terug van het werk, de ander neemt de boodschappen in ontvangst, weer een ander komt net met de kinderen terug van – ik gok – zwemles. Zojuist ‘kikker’ geworden, dat is nog eens een prestatie. Daarbij verbleekt elke stappenteller. 

Gooi je er tijdens zo’n ronde een diepgravend onderzoek tegenaan, dan is de conclusie dat het gros van de mensheid op dit tijdstip naar de televisie kijkt. Dat geldt niet voor de dames van het hardloopgroepje dat ineens om de hoek komt, goed verlicht. Diehards! We groeten elkaar. En dan is daar zowaar nóg een wandelaar! Een bekende. Ik zie hem wat laat tevoorschijn komen, want hij is in het geheel niet verlicht. ‘Is niet nodig, licht genoeg hier’, stelt hij, wijzend op de lantaarnpalen, die inderdaad volop branden. 

Zelf heb ik wel een lamp mee, anders ben ik bang dat ze mij voor een crimineel aanzien. De dorpsgenoot kijkt mij aan: ‘Jij een crimineel? Haha!’ We vervolgen onze route. Die van mij loopt nog een paar kilometer door. Bewust niet langs de snackbar, hooguit nog even langs de supermarkt, waar het ook al rustig is. Toch is er na zo’n ronde een voldaan gevoel. Moraal voor wat komen gaat ook. Gewoon tegen elkaar blijven zeggen: nog even en het is ‘s avonds weer langer licht.