Schoon wief

De kracht van taal is haar veelzijdigheid, maar datzelfde aspect kan ook leiden tot hilarische misverstanden. Vooral wanneer je de grenzen van dialecten oversteekt, blijkt dat een woord dat in de ene regio heel normaal klinkt, ergens anders een compleet andere lading, andere betekenis heeft. Neem nu het woord 'slim'. In grote delen van Nederland associeer je 'slim' direct met intelligentie, pienterheid. Een 'slimme jongen' is iemand die snel van begrip is. Maar ga je richting bepaalde dialecten, bijvoorbeeld in het oosten of zuiden van Nederland, dan kan 'slim' ineens 'slecht', 'erg' of 'gemeen' betekenen. Een 'slimme streek' is daar geen handige zet, maar een kwaadaardige truc, een rotstreek.
Deze regionale verschillen zijn fascinerend en hebben vaak historische wortels. Ze laten zien hoe taal leeft en zich plaatselijk ontwikkelt. Een ander voorbeeld is 'schoon'. In België en de zuidelijke provincies van Nederland betekent 'schoon' simpelweg 'mooi' of 'fris'. Een 'schoon kind' is een lieflijk kind, en een 'schoon huis' een opgeruimd huis. In het noorden van Nederland verwijst 'schoon' echter bijna uitsluitend naar 'hygiënisch' of 'gereinigd'. Daar zou je zelden spreken van een 'schoon kind' in de betekenis van mooi, tenzij je het net gewassen hebt!
En dan hebben we nog 'wijf'. Een beladen woord, zeker in de standaardtaal, waar het vaak als onaardig of lelijk woord voor een vrouw wordt gebruikt. Maar in sommige dialecten, vooral in het oosten en zuiden, kan 'wijf' een neutrale, zelfs liefdevolle term zijn voor 'vrouw', of 'echtgenote'. Ik trouwde onlangs een wat ouder liefdespaar en op de vraag waarom hij nou zo ontzettend gek op haar is, antwoordde hij liefdevol: "Mien wief kan de lekkerste stoofpot mak'n, daar kan ik echt van geniet'n!”
Denk aan het spreekwoord "elk vogeltje zingt zoals het gebekt is," maar dan toegepast op taal: elk woord krijgt betekenis naar gelang de mond die het spreekt en de oren die het horen. Het zijn deze nuances die de Nederlandse taal zo rijk en verrassend maken, en ons eraan herinneren dat een beetje taalkundige openheid geen kwaad kan.