Uilskuiken op de weegschaal. Foto: Dick Langwerden
Uilskuiken op de weegschaal. Foto: Dick Langwerden

Van kerktoren naar kast: kerkuilen als cultuurvolgers

DE HEURNE - Het gaat op dit moment goed met de kerkuilen bij ons in de regio, maar ze hebben ook mindere periodes gehad. Fleur Lalkens en Dick Langwerden uit De Heurne zijn twee vrijwilligers van de Stichting Kerkuilenwerkgroep Achterhoek-Liemers die veel weten over het welzijn van de kerkuilen en delen dit graag met anderen in de hoop dat er aandacht blijft bestaan voor het behouden, vergroten en voortbestaan van ‘mijnheer’ maar ook ‘mevrouw de Uil’.

Door Waltraud Wensink

Mensen die zich vrijwillig inzetten voor mens en/of natuur zijn altijd al kanjers en die opsteker kunnen ze zich alvast in hun zak steken. Dick Langwerden is het afgelopen zelfs geridderd in de Orde van Oranje-Nassau voor zijn inzet.
Fleur en Dick weten bijzonderheden over de uilen te vertellen, met veel inzet en enthousiasme.

Zo bouwt Dick bijvoorbeeld kastjes voor de uilen waarin ze hun eieren kunnen leggen en ook de jongen in groot kunnen brengen. Als het over ‘kastjes' gaat, wordt er al gelachen door Fleur, want de kastjes blijken namelijk best wel groot te zijn en dan heb je het over flinke kasten en niet over ‘kastjes'. Dick: ”In 1980 ben ik begonnen met het plaatsen van kasten in de Achterhoek en Liemers en heb in 1984 een kerkuilenwerkgroep opgericht. Momenteel hangen er in de Achterhoek maar liefst 850 kasten.”
Dick is leraar biologie geweest en via lesmateriaal is destijds zijn interesse gewekt. Fleur heeft de opleiding bos- en natuurbeheer gedaan. Op dit moment gaat het goed met de kerkuilenpopulatie. Een kerkuil past zich aan de voedselvoorziening aan en er zijn topjaren waarin er veel muizen zijn maar ook daljaren waarin er juist heel weinig muizen zijn. Muizen staan bovenaan de menulijst van de kerkuil. Als er weinig muizen zijn, zullen ze ook minder jongen grootbrengen, zo is de muizenpopulatie van groot belang voor de kerkuilen, die daags toch gemiddeld wel tot twaalf muizen weten weg te werken. Een mooi weetje is dat ze twee uilenballen (braakballen) per nacht uitbraken en iedere bal bevat de restanten van vier tot zes muizen. Kun je nagaan hoe druk een uil in de nachtelijke uren is.
Fleur: "Als ze dan ook nog jongen hebben, moeten die natuurlijk ook van de nodige muizen voorzien worden, ga er maar aan staan. Daarvoor moeten de uilen wel over een goede conditie beschikken en moet er voldoende voedsel aanwezig zijn, anders gaat dat ook ten koste van de conditie van de uilskuikentjes.”

In de Achterhoek en Liemers hangen op dit moment ongeveer 850 kasten en onze kerkuil-deskundigen weten te vertellen dat men erachter is gekomen dat uilen niet bij uitstek hun hele leven bij elkaar blijven en dat er ook wel vrouwtjes zijn die meerde kasten bezoeken voor een extra leg. “De mannetjes zijn druk in de weer met het vangen en aanleveren van muizen, maar het is aan het vrouwtje om deze vooral in het begin aan kleine stukjes te trekken zodat de uilskuikens het ook kunnen eten. Als het aan het mannetje ligt, worden de muizen over de rand geworpen en zie maar wat je er mee doet”, wordt er gelachen.
Ook is het mevrouw de Uil die bepaalt welke kast ze zal betrekken voor haar eieren, daarin verschilt het in sommige gevallen niet zo veel met de mensenwereld. De eieren worden gelegd met een paar dagen ertussen, hetgeen verklaart waarom het ene uilskuiken groter dan de ander is. Dick: ”In de maanden mei en juni gaan we op pad om de uilskuikens te ringen met een uniek nummer. Daar zijn we in 1990 mee begonnen. We ringen, controleren, registreren, wegen en meten.”
Fleur vult aan: ”Het is ook erg grappig om te zien dat de kleine uiltjes ook netjes in het weegbakje blijven liggen met de pootjes omhoog als je ze op de rug legt. We doen dit zo effectief en rustig mogelijk om de diertjes zo min mogelijk stress te bezorgen.”

Gelukkig gaat het nu even niet zo slecht met de kerkuilen. Wij mensen kunnen hier op een positieve manier aan bijdragen door vooral in het buitengebied bij boerderijen en landerijen te zorgen voor nestkasten in schuren, op je land zorgen voor begroeiing op overhoekjes (coulisselandschap). Hoe meer plekken voor insecten en kevers, des te meer voedsel voor de muizen, des te meer muizenbaby's, des te meer voedsel voor de uilen. Dat de kerkuilen nu meer in de kasten zitten in plaats van kerktorens is verklaarbaar omdat de galmgaten van kerktorens gedicht zijn door de jaren heen en de kerk staat steeds verder van het voedselgebied. Het zijn echter cultuurvolgers en passen zich aan bij boerderijen en oude schuren.

Vogelbescherming
Fleur: ”Twee dagen per jaar gaan we als werkgroep op pad om de kasten na te kijken en later nog eens een halve dag bij de kasten waar er alleen nog eieren waren of de jongen nog te klein waren om te ringen want dat doen we pas vanaf twee weken. De resultaten delen we uiteindelijk met Vogelbescherming."

En zo weten Fleur en Dick nog veel meer over deze prachtige dieren te vertellen. Waarom nu aandacht voor de kerkuil terwijl het best goed gaat? Juist omdat het goed gaat en dat komt mede door de voorlichting en het bewust maken van anderen hoe om te gaan met onze natuur zodat ook onze kinderen later nog hiervan mogen genieten.

Kerkuil in een kast. Foto: Dick Langwerden
Kerkuilen. Foto: Dick Langwerden
Jonge kerkuiltjes. Foto: Dick Langwerden