Onder ons
Wanneer ze langs de Amsterdamse grachten fietst, voelt het alsof ze meedoet in de wereld. Het leven komt haar aan alle kanten tegemoet. Van afspraak naar afspraak passeert ze werklui, fietskoeriers, toeristen, studenten. Op het terras van de koffiebar met de lekkerste worteltaart zitten twee jonge vrouwen, die in de pauze aan een haverlatte nippen. Langs de favoriete kroeg. En daar komt de volgende metro alweer aan, tuut-tuut. De grote stad, de hoofdstad, jong en dynamisch. Alles is om de hoek. Haar vrienden wonen hier. Ze kan zich haar bestaan niet ergens anders voorstellen.
Zo was het als twintiger, als dertiger. Nu is ze de veertig gepasseerd, moeder van drie kinderen. Wat ze al die jaren niet voor mogelijk hield, is toch gebeurd. Ze woont niet meer in Amsterdam, maar is verhuisd naar een klein dorp in het midden van het land. Momenten zoals die waarop ze in al die levendigheid een baby uit de auto stond te laden met de alarmlichten aan, daarachter een rij toeterende auto’s, die momenten veranderden haar blik. De drang naar meer rust en ruimte groeide. Haar verhaal – hier ietwat aangedikt, want het is een column – lees ik in de krant. Als makelaar helpt ze nu mensen die eenzelfde stap willen maken.
Voor menig westerling die deze kant op wil komen, is dat in ieder geval financieel gezien geen enkel probleem. Maar dan de vraag: past die andere manier van leven? Een lager tempo, minder prikkels. De dorpse realiteit met volop activiteiten in de zomermaanden, maar in donkere wintermaanden toch vooral ook veel stille straten. Maar altijd: die prachtige omgeving. In de woorden van deze oud-Amsterdamse: ‘Je leeft met de seizoenen, dat moet je passen.’
De veranderde blik is in zekere zin ook een bredere blik. ‘Als je in Amsterdam woont, lijkt dat het centrum van alles en lijkt alles daarbuiten heel ver weg, maar andersom is dat niet zo’, stelt de vrouw vast. Bij het lezen van deze woorden schreeuwt alles in mij: ssst, dat is ons geheim! Want het is waar: ik hoef er niet naartoe, maar je bent zo in de stad. En begrijp me niet verkeerd: ik heb niets tegen westerlingen. Ze zijn vaak open, creatief, ondernemend, brengen nieuwe energie. Maar het absolute doemscenario is dat ze het hier allemaal ontdekken, dat de rust op de paden verdwijnt.
Misschien is het de leeftijd. Misschien is het omdat in de verte de kerktoren van mijn geboortedorp boven de bomen uitsteekt. Misschien moet je er het een en ander voor hebben meegemaakt. Hoe dan ook, een prachtige ree trekt deze middag tijdens de wandeling in alles mijn aandacht. Waar de ree stil in het land staat, houd ik halt op de zandweg. We kijken elkaar aan. Waar een vogel overvliegt, waar de zon door de wolken breekt, waar de wind zachtjes blaast, daar denken de ree en ik in dit ene moment precies hetzelfde: laten we het alsjeblieft een beetje onder ons houden, maar wat staan we hier ongelofelijk mee te doen in de wereld.