
Harrie
OpinieBuiten is het al donker, de regen dwarrelt naar beneden. Er is deze doordeweekse avond dan ook helemaal niemand op straat, af en toe rijdt er een auto langs. Ineens stopt er eentje, de koplampen verlichten de klinkers van de Spalstraat. De lampen doven, het autoportier slaat dicht, een gestalte steekt de straat over, een fractie later wandelt hij het licht van de snackbar binnen. Type zakenman, net gekleed, de laatste afspraak van de dag achter de rug.
De man is direct aan de beurt, want op mij na is er hier geen enkele andere snackbarbezoeker te bekennen. Harrie staat hem op te wachten, handen op de balie van de toonbank, zijn blouse wat verfrommeld. ‘Mag ik van u een bamischijf?’, vraagt de man. Het antwoord volgt direct. Harrie, op zijn kenmerkende luide toon: ‘Bami hek nie meer, kep alleen nog maar nasi!’ De man kijkt wat verdwaasd om zich heen. Wat is dit!? ‘Euh, doe dan maar een nasi’, stamelt hij.
Ik moet mijn lachen inhouden. Deze man – waarschijnlijk nog een eind van huis en blij dat hij deze avond eindelijk een geopende eettent heeft gevonden in deze verder in stilte gehulde omgeving – treft Harrie, die niet de gewoonte heeft om zijn woorden te omhullen met enige vorm van tactiek. Daarbij maakt hij geen onderscheid. Al zou de koningin voor ’m staan, Harrie blijft Harrie: oer-Hengeloër, authentiek, rechtdoorzee, het hart op de goede plaats.
Even hiervoor heeft hij uitgebreid verteld over zijn tijd bij de mariniers. Toch is Harrie vooral de ongekroonde horecakoning van Hengelo, dé man van bar en disco De Zwaan. Wanneer de jaren gaan tellen, neemt neef Rudy het stokje stap voor stap over. Het café is nog altijd een begrip, de snackbar is nu een broodjeszaak. Op de achtergrond blijft Harrie nauw betrokken. Als in 2022 het tuinfeest jubileert, bezoek ik hem. De anekdotes buitelen over elkaar heen.
Meest beroemd is het verhaal over twee toeristen, die in de kroeg om appeltaart vroegen. Harrie zou ze hebben meegenomen naar de tuin. ‘Ziet u hier een appelboom?’, zou hij hebben gevraagd. Die stond er niet. ‘Nou, dan hebben we hier ook geen appeltaart.’ Zo heeft het nooit plaatsgevonden, het verhaal schijnt ooit in het café te zijn verzonnen. Maar wat het zo sterk maakt, is dat het precies zo gebeurd had kunnen zijn. Dit was namelijk Harrie ten voeten uit.
Zijn rondes door het dorp maakt hij de laatste jaren in zijn ietwat opgevoerde scootmobiel. Steeds als ik hem - ‘moi!’ - voorbij zie komen, gaan mijn gedachten terug naar die avond in de snackbar of naar tal van momenten bij De Zwaan. En ik denk keer op keer: als Harrie er straks niet meer is, dan zal zijn naam blijven klinken. Zo zal het nu zijn, want de verhalen zullen voortleven. De verhalen die Harrie Waenink maakten tot de markante persoonlijkheid die hij was, een dorpsicoon, een legende. Tot in lengte van jaren.