Joris Nieuwenhuis (links) gaat zich na vier profjaren als wegwielrenner nu volledig op het veldrijden richten. Rechts Mark Ruesink, voorzitter van de jubilerende toerclub Steenderen. Foto: Luuk Stam
Joris Nieuwenhuis (links) gaat zich na vier profjaren als wegwielrenner nu volledig op het veldrijden richten. Rechts Mark Ruesink, voorzitter van de jubilerende toerclub Steenderen. Foto: Luuk Stam

Joris Nieuwenhuis viert jubileum toerclub Steenderen mee

Sport

Zelhemse prof was zondagmiddag te gast tijdens jubileumfeest op Rha

Door Luuk Stam

RHA/STEENDEREN – Hij stopte eind vorige maand als wegwielrenner bij Team DSM en maakte de overstap naar de ploeg Baloise-Trek Lions. Bij die ploeg gaat Joris Nieuwenhuis (26) uit Zelhem zich onder leiding van de Belgische crosslegende Sven Nys vanaf nu volledig op het veldrijden richten. Er was dan ook genoeg te bespreken, zondagmiddag bij de Bronckhorster Brewing Company op Rha. Hier waren de leden van de toerclub Steenderen bijeen om het 40-jarig jubileum van de club te vieren. Nieuwenhuis was uitgenodigd als hoofdgast, zijn vader Laurens fietste in het verleden bij deze toerclub.

In een tent vol leden onder wie ook heel wat fanatieke wielervolgers kreeg de 26-jarige Zelhemmer de ene na de andere vraag op zich afgevuurd. De belangrijkste: waarom maakt hij na vier jaar als prof in de WorldTour op de weg – Nieuwenhuis reed onder meer twee keer de Tour de France – nu de volledige overstap naar het veldrijden? “Daar zijn meerdere redenen voor”, zei de Achterhoeker daarover. “Maar het komt erop neer dat ik er steeds meer achter ben gekomen dat het bestaan als wegwielrenner niet past bij wie ik als persoon ben.”

Zo was Nieuwenhuis de afgelopen jaren veel meer van huis dan dat hij eigenlijk zou willen, voor grote meerdaagse wedstrijden en trainingskampen. “Je zit als profwielrenner heel veel in het buitenland”, vertelt hij. “Tussendoor ben je wel thuis, maar dan ben je ook veel aan het trainen. Er is weinig tijd voor andere dingen. Dat ging me tegenstaan. Ik wil meer uitdaging dan alleen het wielrennen, meer doen op maatschappelijk vlak. En ik wil ook graag gaan studeren, waarschijnlijk filosofie. Dat kan ik combineren met het veldrijden.”

Risico’s
Een andere reden voor de overstap: Nieuwenhuis merkte dat hij zich als wegwielrenner fysiek vaak wel erg goed voelde, maar dat hij met name in de voorjaarsklassiekers de kansen op een topklassering liet liggen op het positioneren in het peloton, het wringen voor de beste posities. “Om op de juiste momenten op de goede plek te zitten, moet je risico’s nemen, je ellebogen gebruiken en hier en daar een beuk uitdelen”, verklaart hij. “Ik merkte steeds meer dat ik dat gewoon niet in me heb. Dan ga je nadenken: wat is het voor mij nog waard om hiermee door te gaan, als ik zoveel risico’s moet nemen waar ik me helemaal niet prettig bij voel?”

De keus voor het veldrijden is voor Nieuwenhuis een terugkeer naar zijn oude liefde. In 2017 werd hij in deze discipline in het Luxemburgse Bieles wereldkampioen bij de beloften (onder 23 jaar). Hij kijkt ernaar uit om zich weer te meten met de groten in het veld. En wat betreft de risico’s daar? “In het veldrijden ben je veel meer op jezelf aangewezen”, klinkt het. “Op de weg heb je nog heel erg de factor dat andere renners ook risico’s nemen die ertoe kunnen leiden dat jij onderuit gaat. De risico’s die je in het veldrijden neemt, die neem je zelf.” 

Jubileumdag
Voorafgaand aan de komst van Nieuwenhuis begon de jubileumdag van de tachtig leden tellende toerclub Steenderen zondagochtend met een estafette op de fiets. “We hebben in onze club mensen van tachtig jaar en de jongsten zijn twintigers, die hebben we allemaal door elkaar gemixt en in kleine rondjes een soort van Elfstedentocht gefietst”, vertelt voorzitter Mark Ruesink. “Met na elk rondje stempelen. Het ging niet om de snelheid, puur om het volbrengen en om het plezier. En na afloop alle teams op de foto, hartstikke leuk.”

Ruesink geniet deze zondagmiddag ook van deel twee van de feestdag. “Onder het genot van een biertje leer je elkaar toch op een andere manier kennen dan op de fiets”, stelt hij. “Onze vereniging is ook veel meer dan met een clubje hard fietsen. Lief en leed wordt flink gedeeld. Als er een kleine geboren wordt, sturen we een minitenue op. Als er iemand overleden is, dan zijn daar clubleden bij en vormen we een erehaag. En voor dit jubileum ook: we stellen de vraag en er staan gewoon vier mensen op die zo’n dag in elkaar zetten, helemaal geweldig.”

Het eerstvolgende evenement van de Steenderense toerclub laat niet lang op zich wachten. Op zondag 23 oktober staat de jaarlijkse Aviko Kruisbergtocht op het programma, een ATB- en graveltocht met start- en finish bij sporthal De Hessenhal in Hoog-Keppel. De routes van 25 en 40 kilometer leiden door de bosrijke gebieden rondom Hoog-Keppel, Hummelo en Doetinchem. Deelnemers kunnen starten tussen 8.30 uur en 10.00 uur. 


toerclubsteenderen.nl