
‘In de sportwereld gaan ze veel vreemd en ik kan er niet tegen’
Veur de DraodACHTERHOEK - In Veur de Draod beantwoorden Bekende Achterhoekers stellingen. Wie antwoordt legt zijn ziel bloot. Vandaag Aniek van Koot uit Dinxperlo, de rolstoeltennisster die onlangs de dubbeltitel pakte bij de US Open.
Door André Valkeman
1)Mijn mentale bui is:
“Nou... Een bevrijd gevoel. Rust. Ik heb vandaag besloten te stoppen met mijn coach, na een half jaar samenwerking. Niet zomaar een besluit. Zo’n samenwerking is bijna een huwelijk.
In een huwelijk moet voor een scheiding iemand de eerste stap zetten, zeg je? Denny van den Berg, de coach, en ik hebben toch op hetzelfde moment dat gevoel van uit elkaar willen gekregen. Er gaat veel tijd en geld in zitten, als speelster betaal je de coach. Hij trainde veel valide sporters en kon zijn ei niet kwijt in het rolstoeltennis. Uit elkaar gaan was het beste. Nu op zoek naar een nieuwe coach.’’
2) Ik lijk het meest op ‘mien va/mo’:
“Mijn moeder. We hebben allebei een bolle toet. Terwijl mijn vader donker haar heeft en mijn zus ook. We zijn recht voor de raap, flapuits. Ik ben iets meer introvert en zij extravert, dat is wel een verschil.
Mijn vader is een wandelende encyclopedie, een overdenker van zaken. Ik praat graag met hem. Wij zijn tegenpolen maar die trekken elkaar aan. Met mijn moeder kan ik ook erg goed. Maar als er verwijdering is, het even knettert, dan met haar. Gelijke polen stoten elkaar af.’’
3)Mijn grootste angst:
“Natuurlijk geliefden kwijtraken. En ik ben toch ook wel angstig mijn andere been kwijt te raken. Het wordt dan verdomd lastig lopen. Ik heb bij mijn kortere been nu een prothese.
Ik werd geboren met dat kortere been. Dat hebben ze willen verlengen in het ziekenhuis en daarbij zijn medische fouten gemaakt. Na zeven keer opereren kwamen ze erachter dat ik geen meniscus en kniebanden had…
Ze hebben mijn been met de Llizarov-methode willen verlengen. Dan breken ze je bot en met ringen en pinnen trekken ze het been langzaam uit elkaar. Pijnlijk en het ging bij mij finaal mis. Toen hebben ze dat been gedeeltelijk geamputeerd.’’
4)Na de dood is er:
“Het goede, een gedachtegoed, blijft ergens achter. Of het gaat door in een ander. Het is slechts een voorgevoel. Vraag mij niet hoe dat zal gaan… Ik troost mij met die gedachte.’’
5)Dit is mijn held:
“Mijn moeder. Ze kreeg in 2020 als nierpatiënt een nieuwe nier. Zoveel ongemakken maar ik hoor haar nooit piepen. En in de sport Esther Vergeer, zo geknokt voor onze sport en daarna kanker krijgen maar daar ook weer bovenop komen. In 2012, in Londen, stond ik tegen haar in de finale op de Paralympics. Ik verloor. Allesbehalve een schande.’’
6)Ik kan buiten de Achterhoek wonen:
“Ja, ik woonde lang in Arnhem. Maar ik woon weer in Dinxperlo. Ik houd van dat nuchtere. De mentaliteit. In het westen praten ze best veel over zichzelf. Hier is het noaberschap, scholder an scholder, en dat zit ook al in omgangsvormen. Er wordt sneller met interesse gevraagd hoe het met de ander gaat. In plaats van te borstkloppen op je eigen borstkas.
En ik houd van de geluiden. Hier hoor je geen tram maar koeien loeien. En het zicht. Hier geen lantaarns die de ganse nacht door branden maar een sterrenhemel. Ja: mijn plek-ie dit.’’
7)De mens is monogaam:
“Wij hebben capaciteit dat te zijn. Het lukt je, als je echt van iemand houdt. Ik had een tijdje een relatie, toen was ik monogaam.
Het onvermogen zie ik ook. In de sportwereld wordt heel veel vreemdgegaan en daar heb ik zo’n hekel aan. Het zijn toch merendeel mannen. Je beduvelt een ander. Wees dan eerlijk en ga voor een open relatie, als je het niet bij eentje kan houden. Dat laatste zou overigens niets voor mij zijn. Ik zou stikjaloers worden.’’
8)Mensen met een accent zijn:
“Prachtmensen die Nederland kleur geven. Ik heb zelf ook een vet accent. Ik gaf ooit een interview bij de BBC. Ik kwam goed uit mijn Engelse woorden, alleen bie de oo’s en ee’s niet, háhá. Ik train in Amstelveen, dan lachen ze smakelijk vanwege mijn tongval, soms. Dan hoor ik ze zeggen: ‘maa-eur’ en ‘hoo-eur’, met zo’n bekakte ‘r’. Dan lach ik inwendig. Alsof dat geen accent is.’’
9)Als ik mijn leven over kon doen, deed ik dit anders:
“Ik denk direct naar het Utrechtse ziekenhuis. Daar hadden ze meer ervaring in mijn beenbehandeling. Als valide persoon had ik ook getennist, maar niet zo hoog. Ik zou dan de hogere hotelschool hebben doorlopen, vermoed ik.’’
10)Dit komt op mijn grafsteen:
“Good goan.’’