In de rug een bosje. Foto: Bernhard Harfsterkamp
In de rug een bosje. Foto: Bernhard Harfsterkamp

In de buurt van een landweer

In de buurt van een landweer

Achter in Kotten in de nabijheid van het onverharde deel van de Burloseweg is een hoop grond 'verzet'. Vanaf het bankje zie ik aan beide kanten van de Blankersweg, die naar het Nonneven en de Borkense Baan loopt, dat de grond er opvallend wit is. Geen donkere toplaag van akkergrond of groene van weilanden.

Die toplaag is afgraven, omdat die teveel voedingsstoffen bevat. Dat teveel is ongunstig voor de natuurontwikkeling, die hier in uitvoering is. Natuurlijk kun je er voor kiezen om zulke grond braak te laten liggen. De eerste tientallen jaren zullen er dan vooral planten opgroeien die van voedselrijk houden, zoals grote brandnetel, ridderzuring en kropaar. Als je helemaal niets blijf doen verschijnen er bomen en struiken en zal het uiteindelijk bos worden. Dat kan ook interessant zijn voor allerlei planten en dieren.

Wil je geen bos, dan is beheer nodig. Dan moet je maaien en maaisel afvoeren, oftewel de bodem verschralen. Dat gaat niet snel, pas na zo'n 20 jaar zie je geleidelijk aan meer planten en dieren verschijnen. De moderne mens is echter ongeduldig. Die wil sneller resultaat zien van zijn inspanningen. Die werkt met natuurdoeltypen en weet welke fysieke omstandigheden daarvoor nodig zijn.

Op de gronden tegenover mij is gekozen voor het natuurdoeltype heide en heischraal grasland. Daarvoor heb je voedselarme grond en vochtige grond nodig. Daarom is hier de voedselrijke bodemlaag afgegraven en naar elders gebracht (“verzet”). Het witte klapzand met de zaadbank van de heidevelden die hier ooit lagen komt dan als het goed is weer tevoorschijn. Dat luistert nauw. Graaf je teveel weg dan is er geen zaadbank meer, waaruit al die aardige planten van weleer tevoorschijn komen.

Niet lang geleden vond ik dit een goede methode. Tegenwoordig vraag ik me af of dat overal moet. Rondom Winterswijk zijn inmiddels veel van die blanke gronden te zien, die nog interessant moeten worden. Wellicht had het kleinschaliger aangepakt kunnen worden. In de verte zie ik een duidelijke verhoging in het perceel aan de linkerkant van de Blankersweg. Daar is een oud landschapselement hersteld, een landweer. Die is lang geleden nabij de grens aangelegd om gespuis vanuit Duitsland buiten Kotten te houden. Zo'n landweer was begroeid met doornige struiken. Nabij het Nonneven was in het bos nog een restant herkenbaar. Inmiddels is de landweer over een grotere afstand weer zichtbaar gemaakt. De ligging kon bepaald worden na archeologisch onderzoek.

De herstelde landweer. Foto: Bernhard Harfsterkamp