Dolf Ruesink. Foto: PR
Dolf Ruesink. Foto: PR

8 keer 8terhoeks met

8 keer 8terhoeks met

Favoriete plek in de Achterhoek: 
"Het Rommelgebergte in Winterswijk. Als kind ging ik met mijn ouders op de fiets naar dat bos. In de provo-jaren beleefde ik er met vrienden de eerste alternatieve picknick. Als journalist mocht ik er de motorcross verslaan. Voor de band Golden Earring regelde ik er ooit een paar zomerhuisjes, waar ze een week konden repeteren voor een nieuw album, met afsluitend drie concerten in wat nu Theater De Storm is.”

Mooiste bedrijf/organisatie in de Achterhoek:
"Ik heb veel waardering voor ‘De Slag om Grolle', het tweejaarlijks spektakelstuk gebaseerd op de historische veldslag (1627) tussen de Staatse troepen van Prins Frederik Hendrik en de Spaanse bezetters van Groenlo. Imponerend hoe dit evenement is opgezet en de kleine stad kleur geeft.”

Mooiste gebouw in de Achterhoek: 
"Café Rustoord in Rietmolen. De naam van deze ouderwetse uitspanning komt geheel overeen met de sfeer ter plaatse. Een oase van rust, klassiek interieur, vooroorlogs meubilair, dikke Perzisch tafelkleden, monumentale tap en een fraaie gevel. Helaas staat het pand leeg en dreigt de slopershamer. Laat Monumententoezicht ingrijpen!”

Meest inspirerende Achterhoeker: 
"Mijn oom Rudolf Ruesink. Hij durfde eind jaren ‘30 zijn vertrouwde Achterhoek achter zich te laten voor de internationale zeevaart. Hij schopte het tot hoofdwerktuigkundige (HWTK) op grote olietankers van Shell en doorkruiste alle oceanen. Met bewondering luisterde ik als kind naar zijn avonturen in Afrika, Azië, Amerika en het Midden-Oosten. Een opgezette kaaiman sierde zijn woonkamer. Voorzichtig aaide ik het beest. Eens zou ik net als oom Rudolf de wereld gaan verkennen.”

Favoriete Achterhoekse artiest/kunstenaar:
“Schrijver Gerrit Komrij (Winterswijk, 1944 - Amsterdam, 2012). Dichter des Vaderlands. We woonden op enkele honderden meters van elkaar in Winterswijk. In leeftijd verschilden we acht jaar. Net als Gerrit ging ik naar de Rijks HBS. Onvergetelijk was de uitreiking van de P.C. Hooftprijs in Den Haag met Jacobse en Van Es (Kees van Kooten en Wim de Bie) die Komrij lieten verdwijnen in een boekenkist van Hugo de Groot. Wat heb ik die dag gelachen.”

Lekkerste Achterhoekse gerecht/drank:
“De Achterhoekse theebeschuit zoals die vroeger werd geproduceerd door bakker Johan Kemper in Breedenbroek bij Dinxperlo; oud brood, dat in repen werd gesneden en aan één zijde in melk werd gedoopt. Met fijne suiker en kaneel erop ging het de oven in. Smaakvol en knapperig. Voor mensen met een kunstgebit was het koekje een aanrader. Je kon het in thee of koffie dopen en zachtjes opslurpen.”

Mooiste Achterhoekse lied:
“‘Mansleu met zwil in de hande' van het album ‘Veur Pauwen en Poeten' van Boh Foi Toch. Het melancholieke monika-geluid, de humoristische tekst, het lekkere tempo en het sterke refrein maken dit nummer onsterflijk. ‘Vrouwleu, kaerls en blagen'. Hans Keuper cs. weten er wel weg mee.”

Mooiste Achterhoekse uitdrukking: 
“Die komt voor rekening van Theo Overgoor, de zingende barbier uit Gendringen, die met zijn ‘bel canto’ zangstem grote bekendheid vergaarde in en buiten de regio. Toen collega Ernst Daniël Smid hem ooit eens vroeg hoe erotiek en ouderdom samengaan, antwoordde Overgoor: ‘Hee blaft nog wal, maor hee kump neet meer uut ’t hok…..’”