Geert Jan Oosterhuis. Foto: Luuk Stam
Geert Jan Oosterhuis. Foto: Luuk Stam

‘De wil van mensen om noaberhulp te bieden, die is niet weg’

Zorg

Geert Jan Oosterhuis neemt na twintig jaar afscheid als voorzitter Hulpdienst

Door Luuk Stam

HENGELO – Voorheen had hij niet in het bijzonder iets met zorg of met ouderen. Toch raakte Geert Jan Oosterhuis na zijn pensionering in 2005 welhaast onlosmakelijk verbonden met de stichting Hulpdienst Hengelo-Keijenborg. Op de dag na dit gesprek – we schrijven dan vrijdag 19 december – viert de Hengeloër zijn 80ste verjaardag. Begin dit jaar al besloot de van oorsprong Groninger dat 2025 zijn laatste jaar als voorzitter van deze stichting zou zijn: “Het heeft veel voldoening gegeven, maar een keer is het tijd om te stoppen.”

Twintig jaar lang stond de Hulpdienst hier onder zijn leiding, een stichting die als doel heeft om zieken, gehandicapten en ouderen die in hun eigen huis willen blijven wonen waar nodig een helpende hand te bieden. Zo rijden vrijwilligers mee naar een ziekenhuisafspraak, maken ze een (rolstoel)wandeling of een ronde op de duofiets. Onderdeel is ook de vrijwillige palliatieve terminale zorg (VPTZ), die ondersteuning aan huis biedt door ’s nachts te waken bij terminaal zieke mensen, om zo de mantelzorger(s) te ontlasten.

Met welk gevoel laat u de club achter?
Oosterhuis: “Met een heel goed gevoel. We hebben een fantastische club mensen. Dat was ook de reden dat ik niet zomaar in de bestuursvergadering afscheid wilde nemen, maar te midden van de hele groep tijdens de jaarlijkse vrijwilligersmiddag (12 december). Dat was heel mooi. We hebben veertig vrijwilligers, verdeeld over de Hulpdienst en de VPTZ. Sommigen zitten bij beide. Dat aantal is goed, al is de leeftijd hoog. In januari nemen er weer vier vrijwilligers afscheid, allemaal tachtigers. We zoeken jonge mensen die erbij passen. Al is ‘jong’ in dit geval wat relatief, want iemand moet al wel de nodige levenservaring hebben.” 

Hoe bent uzelf destijds bij de Hulpdienst terechtgekomen?
“De vorige voorzitter Jan Menkveld viel uit door ziekte. Een oud-collega van mij was penningmeester, hij wist dat ik net met pensioen was en dacht: misschien is dat wel iets voor Geert Jan. Ik was hier in de gemeente – eerst Hengelo, later Bronckhorst – jarenlang hoofd openbare werken geweest. Ik zei altijd: alles waar je op kunt staan of tegenaan kunt schoppen, dat hoort bij mijn afdeling. Dat was dus iets anders dan werken met ouderen, maar vanuit de buitendienst kom je wel met ontzettend veel mensen in aanraking, om te overleggen over plantsoenen, riolering, wegen, enzovoort. Dan leer je wel hoe de maatschappij in elkaar zit.” 

Klopt het dat de Hulpdienst echt iets is waarmee mensen onbekend zijn totdat ze er – vaak al op hogere leeftijd – mee in aanraking komen?
“Dat is zo. Maar stel dat jij (Oosterhuis richt zijn blik op de 38-jarige verslaggever) hulp nodig hebt, dan kan dat ook. Jij kunt ook aan huis gekluisterd raken. Dan kan één van onze vrijwilligers eens een keer met jou een wandeling in de rolstoel maken. Het is niet leeftijdsgebonden, uitdrukkelijk niet. Dat proberen we ook steeds meer uit te dragen.”

U heeft geregeld de publiciteit gezocht. Steeds met het idee van: we willen de Hulpdienst graag onder de aandacht brengen. Wat maakte het zo lastig om aan de weg te timmeren?
“Kijk: de artsen, de zorginstellingen, die weten wel dat wij bestaan. Langzamerhand begrijpt ook de gemeente wat wij doen. Wat het daar soms ingewikkeld maakt, is dat je geregeld met nieuwe ambtenaren te maken hebt. We hebben vaak uit moet leggen dat wij geen activiteiten organiseren, wij bieden hulp en ondersteuning aan mensen die dat nodig hebben. Die mensen moeten je dan wel weten te vinden. De laatste jaren komt er af en toe een aanvraag binnen via het sociale team van de gemeente, maar daar is absoluut nog winst te behalen. Als je in de supermarkt vertelt over de Hulpdienst, kennen mensen het vaak niet.”

Waar heeft u zich de voorbije jaren in het bijzonder voor ingezet?
“We zijn druk bezig geweest met modernisering. Zo hadden we nog heel oude statuten, die zijn opgepoetst. We hebben een heel nieuw beleidsplan opgesteld, dat tevens op onze website terug te zien is. Die website is helemaal vernieuwd. Wat we eveneens hebben gedaan, is de samenwerking zoeken in de dorpen. De rollatorcheck samen met woonzorgcentrum De Bleijke en het Hengelose Repaircafé is daar een heel mooi voorbeeld van.”

Met de verdere vergrijzing zal de vraag naar hulp zoals de Hulpdienst die biedt naar alle waarschijnlijkheid alleen maar groter worden, hoe kijkt u in dit kader naar de toekomst?
“Je hebt altijd al noaberhulp gehad, die valt in de huidige tijd wat weg. Tegenwoordig zijn de buurman en de buurvrouw beide aan het werk, zij kunnen niet zomaar tijd vrijmaken om mee te rijden naar het ziekenhuis. Maar dat betekent niet dat ze dat in de basis niet meer willen. Wat wij heel erg merken, is dat die instelling er nog steeds wel degelijk is. De wil van mensen om noaberhulp te bieden, die is niet weg. Daar vormen onze vrijwilligers het bewijs voor. Dan is het heel mooi dat je die Achterhoekse mentaliteit in georganiseerde vorm op kunt pakken. En dat zal in de komende jaren misschien wel nóg belangrijker worden.”

Wie neemt binnen de Hulpdienst het bestuurlijke stokje van u over?
“Mijn opvolger is nog niet bekend. Er is wel een nieuw bestuurslid gevonden, waardoor het bestuur nu weer uit vijf personen bestaat. Zij zullen in januari een nieuwe voorzitter kiezen.”

Wat gaat uzelf doen?
“Nou, dit is één van de dingen die ik deed, dit valt nu weg. Maar ik doe bijvoorbeeld ook buurtbemiddeling, ik ben procesbegeleider voor de vereniging Kleine Kernen en ik ben twaalf jaar lang gemeenteraadslid geweest. Stilzitten is niks voor mij. Ik ben veel bezig met sporten en gezond leven. Ik tennis, daarnaast doe ik aan wadlopen. Vaak ga ik een heel weekend die kant op, dan loop ik tochten naar Schiermonnikoog, naar Rottum of naar Engelsmanplaat. Ik doe er alles aan om zo lang mogelijk geestelijk en lichamelijk in beweging te blijven.”

Advertenties doorgeplaatst vanuit de krant