Hans Lubbers is niet langer brandweerman, na 35 jaar nam hij afgelopen weekend afscheid tijdens de jaarlijkse jubileumavond van het Hengelose brandweerkorps. Foto: Luuk Stam
Hans Lubbers is niet langer brandweerman, na 35 jaar nam hij afgelopen weekend afscheid tijdens de jaarlijkse jubileumavond van het Hengelose brandweerkorps. Foto: Luuk Stam

Na 35 jaar brandweerman af: ‘Als de pieper ging, dan ging Hans’

Maatschappij

Hans Lubbers was decennialang een vertrouwd gezicht bij de Hengelose brandweer.

Door Luuk Stam

HENGELO – Hij sprong ooit eens middenin een knipbeurt uit de kappersstoel, liet zelfs zijn zoon als kind eens achter bij diezelfde dorpskapper. “Ze zeiden: ‘Wij brengen hem wel thuis!’”, vertelt Hans Lubbers (60) daar nu over. Dat hij in Hengelo trouw lid was van de vrijwillige brandweer, dat was immers ook bij de kapper bekend. Het was deel van zijn leven: “Als de pieper ging, dan kwam er een brok adrenaline los, dan ging het gebeuren. Dat kon één keer in de maand zijn, één keer in de week, twee keer op een dag, je wist het nooit.”

Die pieper waarop de alarmmeldingen binnenkwamen, die heeft Lubbers inmiddels ingeleverd, per 1 januari is hij gestopt als brandweerman. Dit weekend nam hij officieel afscheid tijdens de jubileumavond van de Hengelose brandweer in eetcafé De Veldhoek, op feestelijke wijze stonden de brandweerlieden stil bij de 35 jaar die Lubbers deel uitmaakte van het korps. Een koninklijke onderscheiding kreeg hij al rondom zijn 30-jarig jubileum in 2018, sindsdien is hij Lid in de Orde van Oranje-Nassau.

Van huis uit
Dat hij bij de brandweer zou gaan, dat was voor de Hengeloër in zijn jonge jaren helemaal geen vraag. Hij wilde graag hulpverlenen, kreeg het ook min of meer van huis uit mee, zijn vader Gerrit zat eveneens bij de lokale brandweer. “In die tijd waren de pakken nog in huis”, blikt Lubbers terug op zijn jeugdjaren. “Ging de sirene, dan trok mijn vader het pak aan en stapte bij mijn broer achterop de bromfiets, die bracht hem dan naar de kazerne toe. Daar schreven ze op een bord wat er aan de hand was, vaak gingen wij er ook achteraan.”

Zelf was hij 25 jaar oud toen hem ter ore kwam dat de plaatselijke brandweer vrijwilligers zocht. De ambitie was er altijd geweest, dit voelde voor Lubbers – hij had het er al met zijn vrouw Marga over gehad – als het moment om zich aan te melden. Dat hij in Hengelo woonde, als postbode in het dorp werkte en de omgeving op zijn duimpje kende, dat kwam allemaal goed van pas. Zijn allereerste cursusavond was in de voormalige Grolsch-fabriek in Groenlo, geblinddoekt op zoek naar een vuurhaard of sissende gasfles.

Bevelvoerder
Er volgden vele cursussen en trainingen. Van wat toen nog tweede klas-manschap heette, groeide Lubbers door naar eerste klas, hoofdbrandwacht en uiteindelijk bevelvoerder. In die rol had hij de laatste jaren nauwelijks nog zelf een brandslang in de hand. Hij was degene die het overzicht hield, de beslissingen nam en bij incidenten het aanspreekpunt was voor de officier van dienst, de ambulance en de politie. “Maar manschap of bevelvoerder, ik vond het allebei even mooi”, zegt Lubbers.

Als bevelvoerder zat hij bij uitrukken voorin de wagen, met zicht op de computer waarop alle beschikbare informatie binnenkwam. “Die informatie is veel uitgebreider dan vroeger. Toen kreeg je een gesproken woord: wilt u uitrukken voor een brand of hulpverlening? Verder moest je maar afwachten wat je ter plekke aantrof. Nu gaat het tot complete plattegronden van panden aan toe, heel professioneel. Om dan voorin te zitten, dat is prachtig om te doen. Je krijgt zo’n situatie in beeld, vraagt hulp als het nodig is, schaalt op als het nodig is.”

Niet altijd kwam het tot een goed einde. Incidenten waarbij mensen overleden, ernstige letsels, Lubbers maakte het allemaal mee. Van een fatale woningbrand in Bekveld tot een zwaar verkeersongeval aan de Varsselseweg, waarbij een oud-buurjongen van de brandweerman om het leven kwam. “Heftige momenten, die raak je ook niet kwijt, die blijven je bij. We bespreken zulke incidenten altijd hier op de kazerne na, waarbij ook mensen aanwezig zijn die daarin gespecialiseerd zijn, ook dat is heel professioneel geregeld.”

Motivatie
Toch blijft alle inzet vrijwillig. De leden van het Hengelose korps krijgen een vergoeding, maar die staat niet in verhouding tot de tijd en energie die ze erin stoppen. Zou er niet veel meer waardering tegenover moeten staan? “Misschien wel, maar als je in Nederland de vrijwilliger niet had, dan kwam de brandweer nooit binnen de gezette tijden op de plekken”, stelt Lubbers. “Binnen een minuut of vier, vijf is de auto weg. Soms nog sneller.” 

Zelf zag hij het als een soort sport. “Ik zei altijd: de maandagavond is mijn sportavond, trainen bij de brandweer, na afloop wat drinken. Als er een melding kwam, was het tijd voor het echte werk. Ik was heel fanatiek. Of het nou prio 1 of prio 2 was, als de pieper ging, dan ging Hans. En het mooie is dat je dit doet met een groep mensen die allemaal met dezelfde motivatie brandweerman zijn geworden, die hulp willen verlenen, die mensen willen helpen.”

Twee branden
In de coronatijd begon Lubbers met archiveren van alle ‘grotere’ uitrukken die hij zich kon herinneren. Straat voor straat ging hij Hengelo door. Zonder elke omgevallen boom en automatische melding mee te tellen, kwam hij tot bijna 700 uitrukken. Soms waren ze met een uurtje klaar, soms duurde het veel langer. Zoals vorig jaar maart, met twee grote branden binnen 24 uur. De brandweerman stond de ene nacht in Zelhem, ging overdag naar zijn werk en werd de volgende nacht weer gewekt door de pieper, nu voor een grote brand in Hengelo. 

Hij had nog door mogen gaan, het leeftijdsontslag met 55 jaar is afgeschaft, maar met zijn 60 jaar vindt Lubbers het mooi geweest. Oefenavonden blijft hij nog begeleiden, verder draagt hij de taken binnen het ruim twintig man sterke korps met een gerust hart over. “Er staat een heel professionele groep, die verder kan”, aldus de man die zich hier 35 jaar met hart en ziel inzette. Zelf kijkt hij soms nog op P2000, bij de alarmmeldingen. “Om te zien of er nog wat gebeurd is. Dat helemaal loslaten, daarvoor ben je er toch te lang bij betrokken geweest.”

Advertenties doorgeplaatst vanuit de krant