Onlandse Tijdingen | Kermis

  Column

De kermis is weer uit de stad vertrokken, dieper de Achterhoek in, ik geloof in de richting van Silvolde, Drempt, Terborg en Pannerden.

Hij stond een aantal dagen onder mijn zolderraam, minder luidruchtig dan ik had gevreesd. Nog niet eerder had ik hem hier meegemaakt, door toedoen van corona, maar nu was hij dan teruggekeerd op de oude ringwal van markten, waar sommigen hem liefst voorgoed zouden zien verdwijnen.
Maar kermissen zijn hardnekkig en taai, zo oud als de stad zelf.
Persoonlijk koester ik weinig liefde voor ze, maar ze zijn vermoedelijk deel van een immaterieel erfgoed, voor eeuwig gedoemd de spelende mens te vermaken.
Kermisklanten - de mensen die van de kermissen leven - zijn ook van een doorleefd en gehard slag, ik zag ze hun attracties opbouwen, met al die draaiende en wentelende kuipen en armen, de gelakte panelen, de batterijen van licht.
Die stonden niet voor mijn deur en er zouden - en ik schrijf dit met lichte spijt - geen gillende meisjes voor mijn hoge raam langsvliegen. Mijn uitzicht bestond uit vuile, roomwitte daken van snoep - en oliebollenkramen en een fonkelende speelhal met grijpers naar pluche beesten die je nooit wilde hebben.
Een van de snoepkramen noemde zich heel chique ‘patisserie’ onder het opschrift ‘Nougat de Montélimar’ en boven de schappen met wijnballen en kaneelstokken hingen kroonluchters.
Nu ja.
De attracties stonden juist langs het voornamere deel van de markt, daar waar de huizen hoog en diep zijn en rijkdom uitstralen. Juist daar dus het schreeuwerige Lunapark en de nog luidruchtiger Megabooster, een molenwiekend gevaarte dat een hoogte van vijftig meter bereikt. Misschien was het omdat de markt hier iets breder is en geen horeca aanbiedt, zoals onder mijn raam, en er meer plaats is voor onderdelen die uitsteken en rondvliegen.

De kalme, beschouwelijke binnenstad met zijn giftshops en lifestylewinkels was op die kermisavonden ineens het domein van de jeugd, ook van de ruwere soort, ingedronken, luid en met opspelende hormonen. Het plaveisel werd een asbak en plakte van bier en suikergoed, hier en daar lag overgeefsel en ergens leek de binnenstad nu weer met zijn rauwe, vitale middeleeuwse verleden samen te vallen.
Ja, de kermis had eigenlijk iets magisch in de avond, door zijn naar kauwgom geurende rookmachines en zijn fel gekleurde lichten tegen nobele, zestiende eeuwse façades.

Na de boekenmarkt en de brocantemarkt was het volksvermaak terug. Ik kon het me verbeelden maar in de aanloop naar de nacht leek de Zutphense Zaadmarkt waarachtig even op de Strip in Vegas, de fameuze casinoboulevard in de woestijnstad in Nevada. Van buiten komend, van een lange, avondlijke rit langs Hummelo en Baak, of langs Death Valley en de Grand Canyon, bereikte je de betovering van een glitterende stad en kreeg je trek in iets zondigs.

Wim Boevink

Stage 01
Meer berichten
 

Dagelijks het laatste nieuws in je mailbox ontvangen?

Aanmelden