<p>Ab Aalderink onthult zijn eigen straatnaambord. De paarkeerplaats heet nu Albert Aalderink Plein. Foto: Achterhoekfoto.nl/Liesbeth Spaansen</p>

Ab Aalderink onthult zijn eigen straatnaambord. De paarkeerplaats heet nu Albert Aalderink Plein. Foto: Achterhoekfoto.nl/Liesbeth Spaansen

Parkeerplaats bij Coop Aalderink vernoemd naar oprichter

Albert Aalderink Plein officieel onthuld

Door Liesbeth Spaansen

STEENDEREN – Toen Ab Aalderink woensdagochtend 3 november van zijn huis naar de winkel liep en veel mensen zag staan op de parkeerplaats, vertraagden zijn stappen. “Nu begint me wat te dagen”, mompelde hij, schuin omhoog kijkend naar een bordje aan de muur, bedekt met een doek.

“Welkom vandaag op de parkeerplaats van de COOP Aalderink, van Arend-Jan Breukink en Albert Aalderink”, richt Riek Linde zijn woorden tot Ab en alle aanwezigen, waaronder afvaardiging van het Coop-personeel, Steenderens Belang en de Historische Vereniging Steenderen. “U gaat hier vandaag iets unieks meemaken, maar ik vertel u eerst iets waarom dit gaat gebeuren.”

Riek Linde bedacht dat deze Coop supermarkt, na gemoderniseerd en opnieuw ingericht te zijn toch een pareltje voor Steenderen is. “We hebben als inwoners van dit dorp toch maar mazzel met zo’n zaak. Dit houdt het dorp levendig en we kunnen dicht bij huis onze inkopen doen. We zijn blij met deze zaak. De heer Aalderink heeft namelijk de drie belangrijkste grondbeginselen van de economie gebruikt te weten grond, arbeid en kapitaal.”

Hij vertelde ervan uit te gaan dat de grond aanwezig was en dat Albert en Ida al hun arbeid in dit project hebben gestoken. “Ze hebben niet dag en nacht gewerkt, maar wel bijna. Het geld wat ermee verdiend is, is weer als kapitaal in deze zaak gestoken. Dit is het resultaat. Harold zet de zaak voort en Albert kijk zo nu en dan even binnen.”

Samen met Joke Wieben werkte Riek Linde het plan uit om de mooie en functionele parkeerplaats een naam te geven. Want, zoals Frans Miggelbrink onlangs in zijn column schreef: ‘Waarom ook pas eren als iemand overleden is? Juist bij leven en welzijn pleinen openen met de naam van de gever. Daar wordt het leven een stuk leuker van’. Joke en Riek kregen met de realisatie van het plan alle medewerking, ook van mede-pleineigenaar Arend-Jan Breukink. “Later zullen onze kinderen vragen: wie was dat?” weet Riek. “Vertel ze dan het verhaal van Albert en Ida. Familie Aalderink het is jullie gegund. Albert wil je nu het bord tevoorschijn halen.”

Albert stapt duidelijk emotioneel door deze woorden naar voren. “Ik vind het toch ook wel leuk dat Arend-Jan Breukink erbij is”, weet hij nog te zeggen voordat hij het doek van het naambord afhaalt. Applaus volgt. “Laten we toosten op het Albert Aalderink Plein, op het bord, en op Albert”, besluit Riek zijn toespraak en dankt iedereen die aanwezig is.

Ab Aalderink is ontroerd met de blijk van waardering dat Steenderen een mooie winkel heeft overgehouden aan de inspanning die zijn familie heeft gedaan om dit te realiseren, “maar als ik niet zo’n vrouw had gehad en zulke voorvaderen die op de schoorsteenmantel staan, was dit nooit gelukt”, moet hem van het hart. Hij wijst naar de winkel en refereert aan de foto’s van de (groot)ouders van beide families die ingelijst in de winkel staan, nu in de tijdschriften en kaartenhoek.

Wel zegt hij later tegen enkele gasten dat het ‘eren bij leven’ niet helemaal is gelukt, doelend op het overlijden van zijn vrouw Ida, die hem al die jaren terzijde stond. “Die is er nu niet bij. Ik denk wel eens, hoe kan het dat je zo een vrouw vindt, die zo achter je aan gaat en je expansiedrift volgt. Anders hadden we nooit zover gekomen”, vertelt Ab, die nog eens wijst richting de foto’s van de voorouders in de bloemenwinkel. Ab beseft dat hij dan toch het geluk aan zijn zijde heeft gehad en is trots en ontroerd op zijn naambord. ”Vanmiddag sta ik bij het graf van Ida. Ik heb het nu droog gehouden, dat gaat straks niet lukken. Ik vind het echt heel mooi. We hebben de bevolking achter ons gehad. Ik ken bijna iedereen, Steenderen en omgeving, wees er zuinig op.”

Harold Aalderink vroeg eerder eens terloops aan zijn vader wat hij er van vinden als er een straatnaam zou komen. “Wat ik ervan zou vinden?”, vroeg Ab zich toen af. “Wie ben ik in mijn eentje, heb ik toen gezegd.” Arend-Jan Breukink vond het eveneens prima. “Helemaal 100%. Ik heb gelijk gezegd: Doe maar!” Ook Harold vond dat zijn vader die eer wel toekomt. Nu het bord er hangt is Ab zelf ook trots op zijn Albert Aalderink Plein.


Meer foto’s staan op achterhoekfoto.nl

Meer berichten
 

Dagelijks het laatste nieuws in je mailbox ontvangen?

Aanmelden