Burgemeester Marianne Besselink bij het kunstwerk van de haas, vorig jaar geplaatst voor het gemeentehuis in Hengelo ter ere van het 15-jarig bestaan van de gemeente Bronckhorst. Foto: Luuk Stam
Burgemeester Marianne Besselink bij het kunstwerk van de haas, vorig jaar geplaatst voor het gemeentehuis in Hengelo ter ere van het 15-jarig bestaan van de gemeente Bronckhorst. Foto: Luuk Stam

Marianne Besselink gaat door: ‘Een gemeente is nooit af’

Burgemeester van Bronckhorst herbenoemd voor tweede termijn van zes jaar

Door Luuk Stam

HENGELO – Haar eerste termijn zit erop. Marianne Besselink (49) – voorheen onder meer gedeputeerde in Groningen en Tweede Kamerlid voor de Partij van de Arbeid – begon op 21 oktober 2015 als burgemeester van Bronckhorst. Nu is ze na een positief advies van de gemeenteraad en koninklijk besluit herbenoemd en gaat ze op voor nog eens zes jaar.

Heeft u een moment getwijfeld om door te gaan?
“Nee. Ik heb er wel even goed over nagedacht. Dan kom je op dezelfde conclusies als toen ik hier voor het eerst kwam kijken. Bronckhorst is een prachtige gemeente. Zes jaar geleden kon ik dat alleen maar beoordelen op basis van de omgeving en de natuur. Nu ook op basis van de inwoners, bedrijven, verenigingen, instellingen en op basis van al die bijzondere initiatieven en activiteiten. En of het nou iemand is die een prachtig bedrijf heeft of iemand die bij een toneelvereniging zit: altijd zie je glunderende oogjes als ze erover vertellen. Dat maakt het alleen nog maar mooier om hier burgemeester te mogen zijn.”

Kijkt u nu vooral even terug of juist vooruit?
“Beide. Het buurt maken toen ik hier net kwam, al dat enthousiasme, dat was een heel mooi begin. Nu kijk je naar wat je hebt meegemaakt, maar je kijkt ook zes jaar naar voren. De vraagstukken worden er niet kleiner op. Er zijn volop uitdagingen. En een gemeente is nooit af. Dat maakt dat ik graag doorga.”

Als we dan toch even terugkijken, waar bent u het meest trots op? 
“Dat is toch de ‘Wandelgemeente van het jaar’, de prijs die we wonnen in 2018. Iedereen was ermee bezig: sportteams, ondernemers, horeca, verenigingen. Waar ik ook trots op ben, is de Achterhoek Board. Ik ben ervan overtuigd dat wij ons door regionale samenwerking beter op de kaart kunnen zetten. Daarnaast vind ik het heel mooi dat ik Recreatie en Toerisme in mijn portefeuille heb. Bronckhorst heeft zoveel moois te bieden.. En niet te vergeten de introductie van de jeugdburgemeester, het jeugdparlement en het jeugdlintje. Die jonge inwoners hebben écht interessante dingen toegevoegd.”

Het zijn allemaal basisschoolleerlingen, wat leert u van hen?
“Ongelofelijk veel. Wij denken hier op het gemeentehuis dat we best wel out of the box denken, maar die kinderen lepelen zo allemaal ideeën op waarvan je denkt: verhip, wat grappig, zo kan het ook! Natuurlijk komen er ook minder uitvoerbare ideeën voorbij, maar je krijgt wel een heel goed beeld van wat zij belangrijk vinden.”

Over jongeren gesproken: u bent ook actief op Instagram. Hoe bevalt dat?
“Haha, dat klopt. Dat vind ik ook wel leuk. Alleen – laten we het zo zeggen – ik denk dat ik niet de meest actieve Social Media-burgemeester van Nederland ben.”

Het geeft wel een beeld van uw werk. Ik heb er vooraf even overheen gekeken.
“Oh ja? Wat heb je gezien?”

Nou, bijvoorbeeld dat u onlangs op een uitgaansavond met de boa’s op pad bent geweest op hun rondgang langs de horeca. Waarom was dat?
“In de praktijk hoor, zie en ervaar je het best wat de impact is. Ik ga ook af en toe met de jongens van de strooidienst of met andere collega’s mee. In dit geval had het een tweeledig doel. Ik wilde graag eens met de horecaondernemers praten. Zij zijn in deze coronatijd bedolven onder allerlei regels. Net zoals wij. Den Haag bepaalt de regels om de pandemie onder controle te krijgen. Daar moeten we allemaal mee omgaan.”

Is het in deze tijd nog leuk om burgemeester te zijn?
“Wel waardevol. Laat duidelijk zijn: als er een vacature was voor een burgemeester met als enige taak handhaving, dan had ik nooit gesolliciteerd. Op het moment dat je het moet doen, is het wel heel waardevol om met elkaar te kijken van: hoe kunnen we de dingen zo doen dat we hier zo goed en zo snel mogelijk doorheen komen. Toch krijg ook ik meer energie van alles dat wél kan.”

Iets heel anders: het woningtekort. Ook voor jongeren in Bronckhorst is het heel moeilijk om een eigen plek te vinden. Wat kunnen zij de komende zes jaar van u verwachten?
“De vraag naar woningen is een vraag die ons allemaal bezighoudt. Zes jaar geleden was de situatie compleet anders. Eén van de redenen dat ik hier burgemeester mocht worden, was dat ik uit een krimpgebied kwam. Een vraag wat toen in Bronckhorst ook: ‘Hoe zorgen we ervoor dat er geen overschot aan woningen ontstaat?’ Nu is het beleid bijgesteld en is er een plan om tot 2025 bijna 650 woningen bij te bouwen. Je speelt als overheid in op veranderingen in de samenleving.”

Wat wil u de komende zes jaar verder graag bereiken? 
“De voorzieningen en de leefbaarheid op peil houden, dat zijn zaken waar ik zeker aandacht aan zal blijven besteden. Daarnaast heeft ondermijning in het buitengebied de volle aandacht. We denken misschien dat criminaliteit ver weg is, maar ondertussen worden we hier opgeschrikt door hennepkwekerijen, een methlab en onlangs nog een zak explosieven. Om dit aan te kunnen pakken, hebben we iedereens ogen en oren nodig. Dit wil je niet in je buurt.”

Waar we wel vrolijk van worden: een feestje. De bezoeken tijdens huwelijken en verjaardagen, blijft u dit doen?
“Zeker, dat is hartstikke leuk. 60, 65 of 70 jaar getrouwd, 100-jarigen, je hoort altijd bijzondere verhalen. Dat zijn feestelijke momenten, maar we hebben in Bronckhorst ook een aantal heftige zaken meegemaakt. Dat vind ik ook bijzonder aan dit ambt: dat je zo dicht bij mensen mag komen in de vrolijke, maar ook in de verdrietige tijden.”

Wilt u tot slot nog iets kwijt?
“Ik wil graag nog zeggen dat ik bewondering heb voor de manier waarop mensen zich door de lastige coronatijd heen hebben geslagen. Wat ook hier wel aandacht vraagt, is het luisteren naar elkaar en elkaars argumenten willen doordenken. De illusie dat iedereen dezelfde mening heeft, die heb ik niet. Dat hoeft natuurlijk ook niet. Toch zouden we allemaal iets meer begrip voor elkaar mogen hebben. We moeten het uiteindelijk met z’n allen doen.”

Meer berichten
 

Dagelijks het laatste nieuws in je mailbox ontvangen?

Aanmelden