Dichtbouwen

Ik heb ze wel gezien hoor, die fotoboeken met het verslag van waar eerst een muur stond en daarna niet meer. Plaatjes met woonkamers als zandbakken vermomd, helmdragers op shovels en handschoenen met zinken regenpijpen erin. Ik liep achter ze aan, dwars door waar eerst de keuken had gestaan. Ze wezen trots naar dubbele ruiten of zeiden glunderend zoiets als: “Nu sta je eigenlijk buiten.” Meestal zag ik het niet voor me, maar zij kenden hun voormalig huis nog steeds van buiten; vanwege de staat zonder thermostaat. “Ik liep na het douchen op mijn slippers door het gruis terug naar huis.” Waarmee dan de eerste verdieping werd bedoeld, omdat deze een kamer had die tijdelijk als huis fungeerde; een huiskamer.

Ik zag de bouwprogramma’s wel, met losse draden en steekjes. Bewoners en deuren uit het lood. Mijn lief zou de verbouwing eigenhandig nachtelijk afmaken om het psychologische gesprek met de presentator te mogen staken. Dus het komt wel goed met ons. Want sinds deze week zitten we er middenin, blijkt strippen ineens wél zijn ding. Maken we contact via het visualiseren van punten, huppelen we bij het tevoorschijn komen van authentiek materiaal en fotografeer ik het allemaal. Vanaf de handtekening tot de eerste handeling. Het openen van een klemmende voordeur die symbool staat voor een nieuw begin:

Kale muren die dragen willen wat wij er brengen gaan, ook al zijn dat vooralsnog vooral gevulde koeken en kartonnen bordjes. Ook al schuifelen we een wit spoor over stucloop en restjes plafond, slingeren er schrootjes en hangen gekleurde draden als serpentines boven het hoofd. Het is een leeg omhulsel dat compleet zijn belooft. En als je dan net heilig in je droom gelooft, als je dan zelf net geaard bent, blijken je stopcontacten dat niet te zijn. Zit de afzuiging van het toilet op een dood spoor, geeft de lamp op de overloop geen gehoor. Bemost je tuin onder de vochtige schaduw van een grote boom. Zelfs als alles tegenzit, doet je droom het nog gewoon. Zie je jezelf al zitten, wijzend in een niets naar wat eens de lage doorgang naar de keuken was. Tik je licht aan waar dat eerst niet kon, toen je zo’n beetje in het donker begon.

Zovelen kennen de gang naar waar je dan bent, maar jij raakt aan al dat thuiskomen niet gewend. Omdat je er een plekje maakte voor wie zich er geborgen weet, terwijl je je afvraagt waarom het eigenlijk ‘verbouwen’ heet. Aangezien het je dichter bracht dan voorheen, want je deed het niet alleen. En daarna peuter je liefdevol een restje pur uit de baard van je klusser vandaan, en lijm je jezelf nog wat dichter tegen ‘m aan.

Meer berichten
 

Dagelijks het laatste nieuws in je mailbox ontvangen?

Aanmelden