Pien Pon. Foto: Geert de Groot - www.geertdegroot.nl
Pien Pon. Foto: Geert de Groot - www.geertdegroot.nl
VIDEO

TROOST | Pien Pon doet het allesbehalve ‘heanig an’

ACHTERHOEK - Van lockdown tot lente kijken we terug- en vooruit met prominente Achterhoekers over wat de tijd hen in deze tijd heeft gebracht. Gekooid en ontdooid halen zij de scherpe kantjes van de realiteit af met lieve liedjes, mooie gesprekken, relativerende humor, ontluikende gedichten en momenten die hen terugbrengen naar de basis; troost tijdens gemis.

Door Eva Schuurman

Pien Pon is geen mens van onder de rivieren; ze werd geboren in Noord-Groningen en vond een thuis in Almen. Ze bouwde er Museum STAAL, een prachtig gebouw waar het normaalgesproken wemelt van vrijwilligers en bezoekers. Als conservator is ze er momenteel drukker dan normaal: “Je kunt nergens heen om iets te bekijken, alles kost meer tijd.” Maar als directeur zijnde is het rustig: “Wanneer het museum dicht is, heeft het geen gezicht nodig.” Toch voelt ze altijd de zorg over haar zestig medewerkers die - net als zij - vrijwilligers zijn. Samen met Joke Dinkelman (’Mijn rechter- en linkerhand’) probeert ze de groep in beeld te houden, het merendeel zit in de risicogroep en sommigen leven alleen. “We maken belrondjes en met kerst zijn we op de fiets bij iedereen langs geweest om iets te brengen.” Want Pien is geen mens om zich te vervelen, in krantenknipsels en kaartjes vindt ze kattenbelletjes voor familie en vrienden: “PostNL is vast erg blij met me.”

Het huist in haar om verbonden te blijven, misschien voelt ze zich daarom wel zo thuis in Almen. “Onze buurt kent in de tweede week van januari de nieuwjaarsborrel met sjoelcompetitie.” Elk jaar neemt een ander huishouden het gastheerschap op zich, maar dit jaar was het stil in de Bakkersteeg. Een buurman bracht iedereen een kaart met kleine attentie, het illustreert voor Pien hoe Achterhoekers er voor elkaar zijn: “De mensen nemen de tijd voor je. Heanig an, weet je wel.”

Van haar ouders leerde Pien al vroeg vooral te doen wat haar blij maakt. Ze benoemt het geluk te hebben dat te kunnen doen, maar hoopt dat iedereen het proberen zal. Zodat je aan het eind van de dag met plezier op iets kunt terugkijken: “Omdat je tóch gelachen hebt, omdat je iets moois hebt gezien, omdat je een wandelingetje hebt kunnen maken, omdat je iemand geholpen hebt, omdat je een praatje in de supermarkt maakte.” Het hoeft niet ingewikkeld te zijn plezier te vinden: “Misschien zie je langs de Berkel wel een eend die je nog niet kende.”

Pien wandelde tijdens de eerste lockdown vijfenzeventig routes die ze met haar man zorgvuldig documenteerde. “Geert is fotograaf, met een fotograaf wandelen is veelal stilstaan”, concludeert ze lachend. Ze vertelt dat er zoveel mooie dingen zijn om je aan vast te houden: “In gedachten, wanneer je iets leest of een film kijkt.” Zo geniet ze bijvoorbeeld van een filmpje waarin theatermakers de zalen voldromen en mijmert ze terug naar hoe haar moeder bij haar op de rand van haar kinderbed zat. “Dan stonden we even stil om terug te kijken op de dag.”

“Ik ben een kind van het platteland”, zegt ze. “Je zult mij niet horen zeuren over nachtelijke trekkers omdat de maïs eraf moet.” Nee, in die momenten zit ze ongetwijfeld tevreden op de rand van haar grote mensen-bed, om zich te bedenken wat er mooi was aan vandaag. Want Pien Pon hoeft niet te slapen om te blijven dromen: “Het gaat allemaal weer goed komen.”


Meer berichten
 

Dagelijks het laatste nieuws in je mailbox ontvangen?

Aanmelden