Wit, groen, blauw

Wit, groen, blauw

Er is nog geen avondklok dus we komen pas om 22u thuis. De pop is gezet, het bord voorzien van tekst, het feest wordt uitgesteld, maar het jubileumjaar trekt zich daar niets van aan. Ik vraag me af of we ook die andere pop nog zetten gaan, de voorspelde regenbui doet anders vermoeden. Buurjongens gooien verderop met verse sneeuw, want morgen gaat er geen wekker en zal de wereld niet wit meer zijn. Ons meisje van anderhalf stak daarstraks haar rechterhand uit naar de lucht en zei verwonderd: “Buiten.” De minuscule vlokjes in haar handpalm werden aangevuld met een hoopje van de autoruit en jouw moeders’ nek stond net op de verkeerde plek, of jij kunt gewoon heel goed mikken.

De delen van het land die eerder aan de beurt waren dan wij, kwamen online al de hele dag voorbij. Verwachtingsvol heb ik steeds richting de lucht gekeken, hunkerend naar een laagje dat alles zacht en kraakhelder maken zou. Ons donker terug naar licht, een blos op je gezicht en natuurlijk je vizier nauwlettend gericht op wie goed mikken kan. Ik was er nooit fan van; natte wanten, koude vingers, balvaardigheid, kou langs ruggengraat, want sjaal sloot niet goed aan, dove vingers, prikkeltenen, met je bevroren billen in de berm langs de baan. En toch, toch heeft het opnieuw iets met me gedaan.

Kon ik me weer herinneren hoe lastig het was mijn veters te strikken in gevoelloosheid, het spekglad en de groeven van het ijs, schooljongens op sportieve schaatsen remmend in een fontein van schaafsel, hoe je met thermo-ondergoed en dikke sokken alsnog naar buiten durfde gaan en daarna niet leek te voelen hoe je mond zich langzaam kleurde richting blauw. Plezier als filter tegen kou. Voetstappen in ongereptheid, het kraken als een openbarstend ei, met elke stap hunkerend naar meer, zoals ons kleintje onverzadigbaar roepen kan: “Één keer!”, en dan gaan we weer.

En nu is het weer groen, op een klein laagje aan de rand van iets na. ’t Is vast omdat de wereld morgen blauw kleuren moet, op deprimaandag. De dag dat je - tegen het eind van de eerste maand - bij het evalueren van elk goed voornemen beseft niet te zijn afgevallen, nog steeds te drinken, de dweil niet te hebben aangeraakt en nog lang niet jarig te zijn. Al valt dat voor sommigen wel mee.

Het is lastig een cadeautje te vinden; de bakken bij de Lidl zijn nagenoeg leeg, de manden bij het Kruidvat ook, de afgeprijsde kerstartikelen van AH te vroeg, of veel te laat, maar de pop staat, het bord is voorzien van tekst, het feest wordt uitgesteld, maar het jubileumjaar trekt zich daar niets van aan. En dat is maar goed ook, want anders zou de wereld helemaal stil komen te staan.

Meer berichten
 

Dagelijks het laatste nieuws in je mailbox ontvangen?

Aanmelden