Poort

Ze durven het nog; omdat er een kindje op komst is of omdat er een huisje wacht, omdat er iemand in hun omgeving geen tijd meer heeft of omdat de liefde niet wachten kan. Zodat ik ze opwacht, samen met de bode, bij de poort van het gemeentehuis. Niet bij de glazen deur waardoor je normaal gesproken binnentreedt, maar bij dat grijze plakkaat ernaast. Een immense siersteen lijkt het wel, tot de wetten van de liefde er een poort van maken; de bode er een duwtje tegenaan geeft en de sfeer opleeft.

Wanneer we er samen staan te wachten op een feestelijke partij, komen er altijd andere bezoekers voorbij. Mensen die een rijbewijs ophalen of een babynaam repeteren terwijl ze ons passeren. Want als onze poort openstaat lijkt het alsof de glazen toegangsdeur niet meer bestaat. Zodat we steeds vrolijk even opzij moeten gaan en ik dan iets zeg van: “U mag er alleen door als u komt trouwen.” En hoe we daarna respectvol afstand houden, maar door blij besef toch dichterbij zijn dan daarvoor.

Zelfs nu de bode witte mondkapjes op een zilveren presenteerblaadje draagt, zelfs nu iedereen elkaar niet in de armen vallen mag nadat ik het ja-woord heb gevraagd. Zelfs nu een bruidspaar niet intiem over schouders van tekenende getuigen mee kan spieken terwijl zij iets zeggen van: “Zal ik het wel doen?” Zelfs zonder handdruk en zelfs zonder zoen.

We staan nog steeds te wachten bij de poort; onder mijn arm rust het contract dat hun komst zal onderschrijven, binnen - in een zaal zoveel groter dan het gezelschap - wacht een stapel pennen op ontsmette handen, staat er een lief liedje op pauze voor wanneer ze binnen schuifelen en mogen landen.

Ik warm me aan mijn toga en de herfstzon, heb al mijn woorden in een map gestopt en vraag straks aan een slechthorende of ze me verstaat. Zij zal antwoorden met: “Wat zegt u?”, we zullen lachend de microfoon pakken en iedereen zal gelukkig zijn. Want ze durven het nog, ze hebben een sjieke auto geleend van de broer van de buurman of een boeket laten maken voor op het eigen exemplaar. Omdat wij zeiden dat ze pontificaal de stoep mochten innemen voor de poort. Zoals dat met de liefde hoort.

Symbolisch genoeg heeft de grijze poort van het gemeentehuis een tijdlang gehaperd, soms moest ik er met de bode zo hard tegenaan duwen dat het eerder een inval dan een ingang leek. Maar we hadden er steeds alles voor over de liefde opnieuw toe te laten. Want ik ben zo blij dat ze het nog durven, het maakt de dagen lichter. Het maakt dat ik trots thuiskom met een tas vol verlangen naar de volgende keer, want de liefde smaakt altijd naar meer.

Meer berichten
 

Dagelijks het laatste nieuws in je mailbox ontvangen?

Aanmelden