Dick Groot Obbink uit Vierakker. Foto: Rik-Jan Onvlee

Dick Groot Obbink uit Vierakker. Foto: Rik-Jan Onvlee

Studeren en werken na perioden van oorlog en militaire dienst

Algemeen

Voor ‘Een nieuwe tijd! Wederopbouw in de Achterhoek’ vertellen (oud)-inwoners over opgroeien, werken en wonen in de Achterhoek in de periode 1940-1965. Dit verhaal over de heer Dick Groot Obbink is geschreven door Dinie Wagenvoort, op basis van een oral history-interview afgenomen in september 2019. Beiden wonen in Vierakker.

Terugkeer in Vierakker

De oorlog was voorbij, de wederopbouw nog in volle gang. De heer Groot Obbink ging aanvankelijk in militaire dienst, maar ging daarna studeren en werken. Uiteindelijk keerde hij terug in Vierakker.

Militaire dienst
“Zelf ben ik in Vierakker gebleven tot mijn militaire diensttijd. In 1955 ben ik in dienst gegaan, omdat ik werd opgeroepen. Daar ben ik in 1957 weer van teruggekeerd en toen ben ik aan het werk gegaan in de bosbouw. Dat heb ik een paar jaar gedaan.

Studeren en werken
In 1959 ben ik naar de bosbouw- en cultuurtechnische school in Arnhem gegaan. Dat was een school van de Nederlandse Heidemaatschappij en ben daar in praktijk gegaan. Ik heb daar diverse projecten gehad, vooral sportvelden aanleggen.
Ik heb daarna een bodemkundige opleiding gevolgd in Wageningen, voor een half jaar. Toen ben ik terecht gekomen bij de aanleg van de aardgasleiding. Dat was van 1962 tot 1969. Het was een leiding die door het hele land lag: de hoofdleiding, van Groningen tot in België. Verder ben ik betrokken geweest bij vergelijkbare projecten.

Hoopvolle jaren
De jaren ‘60 vond ik een hoopvolle periode. De hele zestiger jaren heb ik dat zo ervaren. Op allerlei gebied kwamen er nieuwe dingen opzetten. De televisie deed zijn intrede. In de jaren ‘60 had ik voor mijn werk ook een auto. Mijn vader heeft nooit autogereden, wel had hij een brommer.

Terugkeer in Vierakker
In 1978 ben ik met mijn vrouw Willemien weer in Vierakker komen wonen. Mijn ouders woonden hier toen nog, in het voorhuis. De woning is ook verbouwd nadat mijn vader stopte met werken. Op het erf staat nog de timmerschuur, waar hij vroeger orgels repareerde. Hij was van huis uit timmerman en orgelliefhebber. Er is nu geen orgel meer in huis, dat neemt te veel plaats in.

Verandering en behoud
In de loop van de tijd is de buurt wel wat veranderd. Veel wordt nu door professionele mensen gedaan. Bij begrafenissen bijvoorbeeld. Het ‘noaberschap’ bestaat nog wel. De naaste buurman gaat nog wel aan de rest van de buurt vertellen dat iemand uit de buurt is overleden. De buurt is wel veranderd, maar de saamhorigheid en de betrokkenheid is er nog steeds wel: een nieuwe tijd met restanten uit de oude.”

Advertenties doorgeplaatst vanuit de krant