Gezond en gelukkig

Gezond en gelukkig

Onze wekker in natura kletst me wakker. Mijn onderrug kraakt want de osteopaat durf ik niet te bezoeken en mijn schouder wil niet omdat de fysio niet mag. Verdwaasde koppies steken de kop op, broodtrommels blijven op planken en haren ongekamd. Doordeweeks eten ze nog steeds bruine boterhammen met smeerworst, alhoewel ze nu in uitzonderlijkheid op woensdag naar keuze mogen beleggen. Het is windstil op de bankrekening, niets loopt nog storm. Maar we zijn gezond en hebben geluk.

Iedereen zoekt zijn weg met schermen en blocnotes: "Pak jij de werkhoek, dan neem ik de eettafel. Jij mag mijn oordopjes wel want ik moet praten, wil je mama als Saartje slaapt met rust laten?" Op de bank stal ik mijn paperassen uit, tegen de babyfoon fluister ik dat twee uurtjes perfect zouden zijn. Minder mag ook, want we zijn gezond en hebben geluk.

Vanachter de eettafel mompelt ze zacht een rekenopgave, in haar oren klinkt muziek en daarna zucht ze "internet is weak". Haar koptelefoon is met uiterste precisie zodanig op haar hoofd gesitueerd dat de klas in het online ontmoetingsprogramma haar knalrood, geverfde lokken ziet. Eigenlijk vond ik het chemische zooi, maar ze was jarig en we zijn gezond en hebben geluk.

Toen ze aan de vooravond van digitaal leren in haar slaapkamer de lesomgeving uitprobeerde, deed mijn oudste dat per ongeluk tegelijkertijd met de mentrix. Zij zat op de bank met haar onderkin vol in beeld en mijn puber waarschijnlijk onderuit en verveeld. Gierend kwam ze het vertellen, ik vroeg of ze de juf nog even gedag had gezegd. Ze keek me aan alsof ik om een bruine boterham met smeerworst vroeg, want ze is gezond en heeft geluk.

De tijd kruipt met een omweg voorbij, net als onze baby. Iets vaker nog dan vooruit, schuift ze naar achteren. Een beetje zoals het nieuwsbericht dat rond de middag doet, als er in het scherm van mijn telefoon iets staat over tegenspoed. Over wie ongezond en ongelukkig is.

We zitten naast elkaar op de houten klepbank. 't Is niet de meest comfortabele zitplaats in huis, maar vanaf hier zien we allebei ons tijgerend kind het best. We kijken, want we hebben tijd. Jij gniffelt, ik schater. Ik heb altijd al de neiging meer hardop te leven. Waar ik luidruchtig protesteer, frons jij gewoon even. Jij bent gezond en maakt me gelukkig.

Hier binnen leeft de wereld in het klein, buiten probeert ze uit alle macht opnieuw gezond en gelukkig te zijn. Vooruit tijgerend, achteruit kruipend. Ik open het gordijn; dag wereld, word gezond en gelukkig. Blijf strijdbaar. Wij doen mee, kijk maar.

Meer berichten
 

Dagelijks het laatste nieuws in je mailbox ontvangen?

Aanmelden