Deugen

Het ligt vast aan december, dat ik vaker met de deurknop in mijn handen sta en niet kan bewegen. Dat ik stilval in een handeling en alleen maar lijk te staren. Dat mijn onderlip ietwat verweerd mijn bijten ondergaat, dat de verkoudheid een maas in mijn net vindt om zich alsnog te kunnen nestelen. Dat ik draai in bed en lijstjes denk, niet altijd luister en iets meer vergeet. Alsof de sneeuw die we wensen mijn hoofd vast wollig maakt en het jaar onder mijn voeten kraakt.

Wat is er veel gebeurd, wat zijn kleren klein geworden (of lijven groot), wat hebben we plaatsgemaakt – letterlijk en figuurlijk – voor meer liefde en alles wat daarbij hoort. Wat hebben we ons verwonderd en aangestaard wat klein is en alsnog niet te omvatten. En wat lijken die grootse gebeurtenissen miniem als je ze afsteekt tegen alles dat buiten onze grenzen plaatshad.

Oh, ik zal geen opsomming van feiten doen; niet over stikstof en vlees braden op snelwegen, gezocht- en uitgeleverden, niet over moord, brand en vluchteling. Niet over dode dichters en springende handbalvrouwen, stakende meesters en balende juffrouwen, niet over activisten, passivisten. Nee, dat is aan de journalisten. Bovendien kunt u in elk jaaroverzicht voorbij zien komen wat enkel nog vanaf een piste lijkt te kunnen overzien, mits deze niet gesmolten is natuurlijk.

Gisterenavond in bed kreeg ik mijn voeten maar niet warm, ze weigerden nog aan mijn lichaam deel te nemen. Zelfs toen ik ze op mijn kuiten probeerde te herinneren aan hoezeer ze bij ons horen. Misschien dat ze zichzelf denkbeeldig op zo'n sneeuwtop hadden geplaatst, in zuurstof en helder overzicht. En dat terwijl ik helemaal niet van skiën houd. Nee, ik heb het slechts eenmaal klagend in een kunstmatige omgeving geprobeerd. Het bleek zeer kleinschalig leed, zoals ook klein geluk je zomaar overvallen kan.

Bijvoorbeeld toen ik ons van de week op de bank in glundering vond om de start van Heel Holland Bakt. Mezelf verkneukelde en melancholisch uitriep: "Er ontploffen vulkanen en men gaat onder geweld gebukt, maar kijk die man nou trots staren naar zijn taart die is gelukt." En boven klonk onderwijl het zoet gestuntel van een dochter die kerstliedjes instudeerde.

Met Kerst krijgt ze een boek, dat is traditie; ik struin landerig door de winkel en laat me grijpen door afbeelding en oneliner. "De meeste mensen deugen", zie ik op een kaft. Dat vind ik hoopvol, al had ik de bevestiging niet echt nodig. Mijn dochters zijn nog te jong voor het boek, en bovendien is het voor hen geen nieuws. De tegoedbon waarmee ik onze aankopen financier knispert in mijn broekzak en ons saldo slinkt zo hard als de ijskappen.

Mijn voeten willen niet meer warmen en de aarde weet niet hoe nog te koelen. Het is omgekeerde logica.. Ik zie een kookboek en besluit te leren bakken, al is het maar omdat ik u zodoende Kerstdagen als taartjes toe kan wensen; warm, zoet en rond. Met een geur uit het geheugen, zodat u maar onthouden zal dat de meeste mensen deugen.

Meer berichten
 

Dagelijks het laatste nieuws in je mailbox ontvangen?

Aanmelden