Uut 't Wald | Potlandervloere

Potlandervloere

In een grijs verleden, toen ik werkzaam was in Salland, reed ik op weg van en naar mijn werk dagelijks over de Portlanderdijk. Een smalle weg die was genoemd naar de eerste Graaf van Portland. Die bleek, anders dan de naam doet vermoeden, een Nederlander. Hans Willem Bentinck was een vriend van koning-stadhouder Willem III en door hem in de Britse adelstand verheven. Benieuwd waar dat graafschap Portland zou liggen, bestudeerde ik destijds de atlas, maar dat werd een teleurstelling. Portland stelt namelijk niks voor. Het is niet meer dan een minuscuul schiereilandje aan de zuidkust van Engeland. Vijftien vierkante meter kalksteen, meer is het niet. Maar dat kleine schiereilandje gaf wel zijn naam aan een bijzonder soort cement, dat in de voor-vorige eeuw in Engeland werd gefabriceerd. En in de Achterhoek bijzonder populair was.
Wie hier niet al teveel geld wilde uitgeven voor een vloer (in bijvoorbeeld de waskamer of de bijkeuken) koos voor dit vaak rood gekleurde cement. Zo'n vloer werd dan ook een een Portlander (of Potlander) vloere genoemd.
Een andere materiaal voor een goedkope vloer was kannenschrot. Dat was afvalmateriaal van de Duitse pottenbakkers van net over de grens. Lange stukjes aardewerk, die gebruikt werden tussen de potten die op elkaar gestapeld in de oven gingen. Door de oventemperatuur werden ook die strookjes aardewerk keihard, waarna ze – vaak in een visgraatvorm – gelegd konden worden in de kökken van de boerderij. Kannenschrot werd ook wel kannenschreure genoemd. In Winterswijk, Aalten en Varsseveld heette het potscheurde en in Zelhem potscherven. Maar daar had men het ook wel over theebeschuutjes.

Meer berichten