Foto:

Zwaleman | Rupsen

Rupsen

Het begon met jeuk. Vooral op mijn armen. Ik was dus blij met het warme weer, want daar krabben is een stuk makkelijker als je een overhemd met korte mouw aanhebt. Maar al krabbend ontwaarde ik al snel rode stipjes. Een stuk of tien op elke arm. Overgehouden aan het snoeien van de heg, veronderstelde ik. Maar dat was dus niet zo. "Het komt door de processierups", riep mijn neef die zich er op voorstaat dat hij overal verstand van heeft. En dat klopte ook nog. Het werd althans door een aantal andere mensen in mijn omgeving bevestigd.
Slachtoffer van de eikenprocessierups! Ik had niet gedacht, dat me dat ooit nog zou overkomen. Ik meende eerlijk gezegd dat al die heisa over de rupsenplaag behoorlijk overdreven was. Een hype die wel zou overgaan, zo dacht ik tot voor kort.
Ik had natuurlijk beter moeten weten. Het voornaamste kenmerk van een hype is dat ie snel voorbij gaat. En hoelang praten we nu al niet over de eikenprocessierups? Ik weet het niet precies, maar ik denk toch al zeker tien jaar. En misschien is het nog wel langer geleden, dat ik er voor het eerst over las. De krant meldde toen dat de Achterhoek binnenkort te maken zou krijgen met een beestje dat we tot nu toe hier niet kenden. De eikenprocessierups die tot dan toe alleen in zuidelijker streken voorkwam, was in de slipstream van de opwarmende aarde begonnen aan een opmars in noordelijke richting. Limburg had al te lijden onder het harige beestje, de Achterhoek zou snel volgen, zo waarschuwde de krant.
Inmiddels hebben de rupsen ons dus al lang bereikt. Veel sneller nog dan destijds voorspeld werd. Het was niet een processie, maar een geforceerde mars waarin de beestjes noordwaarts oprukten. Zo snel, dat ze inmiddels de poolcirkel al wel bereikt zullen hebben, heb ik uitgerekend.
En natuurlijk heb ik ze de afgelopen jaren al wel zien zitten. Vlak bij mijn huis zelfs, op de eikenbomen waar ik dagelijks met mijn hondjes onderdoor wandel. Alleen heb ik nooit eerder last van ze gehad.
Nou ja, dat meende ik tenminste. Maar nu ik er over nadenk besef ik dat ik ook in voorgaande jaren wel eens jeuk heb gehad. En die rode puntjes, zaten die vorig jaar ook al niet op mijn armen? Ik geloof het toch wel. Alleen wist ik toen niet, dat ze door die verrekte rupsen waren veroorzaakt.
Blijkbaar hoor ik tot de gelukkigen, die niet al teveel last hebben van de brandhaartjes die door de eikenprocessierups worden verspreid. Bij mij veroorzaken ze niet eens echte bultjes en een slechts beetje jeuk. Maar ik heb begrepen dat er ook mensen zijn bij wie de bultjes echt flink pijn doen en naar het schijnt veroorzaken de minuscule haartjes die uit de nesten opwaaien ook wel geïrriteerde ogen en luchtwegklachten. Daar heb ik gelukkig geen last van.
Het gedoe over de eikenprocessierups is dus geen hype, daar ben ik inmiddels ook wel van overtuigd. De vraag is nu dus of we er ooit nog weer van af komen, want natuurlijke vijanden schijnt het beestje niet te hebben. Of althans te weinig. "We moeten zorgen dat we meer koolmeesjes krijgen", sprak laatst iemand. "Ja, da's leuk bedacht, maar hoe doe je dat? Nee, om die rupsen echt kwijt te raken hebben we een omgekeerde klimaatverandering nodig. Moet de aarde weer afkoelen. Maar dat lijkt voorlopig niet te gebeuren. Terwijl ik dit stukje tik is het buiten 32 graden. In de schaduw!

Meer berichten
 

Nieuwsoverzicht

Meer berichten