Foto:

Zwaleman | Soepetappetullebutje

Soepetappetullebutje

Hebt u enig idee wat een soepetappetullebutje is? Nee, hè? Ik kan het u wel vertellen. Mijn liefste zei het onlangs tegen een van onze twee hondjes. Het is dus een koosnaampje. Of een bijnaam, zo u wilt. Eén van de vele die de beestjes hebben. En die mijn eega vaak ter plekke verzint. Gek genoeg luisteren ze er ook nog naar. Dat zou ik dus niet doen, maar gelukkig noemt ze mij altijd bij mijn echte naam. Of heel sporadisch schat of lieverd.
Dat ik van haar nooit een echte bijnaam heb gekregen is trouwens best bijzonder, want het gebruiken (en verzinnen) van bijnamen is iets wat mijn lief in de genen zit. Heel haar familie bezondigt zich daar aan. En hoewel ik van die familie al ruim tien jaar deel uitmaak, ken ik nog steeds niet alle bijnamen die in de loop der tijd allemaal zijn bedacht. Met enige regelmaat trek ik een dom gezicht als mijn lief het heeft over noem maar iets, omdat ik niet weet dat ze dan een van de nichtjes bedoelt. Of één van mijn schoonzussen.
Origineel zijn veel van die namen wel. En soms zijn ze ook wel ergens op terug te leiden. Zo kan ik me voorstellen dat dat ene nichtje de bijnaam Rampje kreeg, omdat ze er met enige regelmaat voor zorgde dat zaken misgingen. En dat een van mijn zwagers Ernie wordt genoemd, zal ongetwijfeld te maken hebben met zijn af en toe zeer drukke gedrag. Waarmee hij inderdaad doet denken aan Ernie uit Sesamstraat.

Met uitzondering wellicht van soepetappetullebutje worden bijnamen zelden zomaar gegeven. Zo zou die man uit dat dorp waar ik ooit woonde nooit Chocomel zijn genoemd als zijn favoriete drankje Coca-Cola was geweest. In datzelfde dorp stond ik trouwens bekend als de Snorre. Omdat het struikgewas onder mijn neus in die tijd nog veel weelderiger groeide dan tegenwoordig.
Als mensen je zo noemen kun je je beledigd voelen, maar je kunt er ook om lachen. Tenslotte wordt er niet iets kwaads mee bedoeld, het is alleen maar grappig. Maar dat is natuurlijk anders wanneer je een bijnaam krijgt die zijn oorsprong heeft in iets minder leuks. Of in een bepaalde lichaamseigenschap. Zo had ik heel lang geleden in mijn jeugd in de vriendenkring iemand die het Ei werd genoemd. En dat vast niet als prettig heeft ervaren. Maar het kan nog erger. Je zult maar door het leven gaan als de Rooie. Of de Schele.

Af en toe kan ik trouwens wel leven met een negatief bedoelde bijnaam. Dan denk ik bijvoorbeeld aan Rudolf K. die in het begin van dit millennium beter bekend was als de Beul van Twente. Omdat deze geboren Duitser (die nota bene ooit als genezen uit de TBS-kliniek in Rekken werd ontslagen!) zich schuldig maakte aan een serie gruwelijke misdaden. Van dierenmishandeling tot moord op een weerloze zwerver. Die man verdient het dus om beul te worden genoemd.
Gek genoeg kan de bijnaam beul ook positief worden bedoeld. Graafschap-spits Fabian Serrarens werd de Beul van Feijenoord genoemd, nadat hij de openingstreffer scoorde in dat legendarische duel dat de Superboeren met 2-0 wonnen.
Serrarens is die bijnaam inmiddels alweer kwijt. Anders dan Rintje Ritsma, die na al zijn schaatssuccessen in (vooral) de vorige eeuw nog steeds bekend staat als de Beer van Lemmer. Die bijnaam heeft zelfs zijn plaatsgenoot Epke Zonderland hem niet kunnen afpakken. Epke moet genoegen nemen met de titel Leeuw van Lemmer. Maar ook die mag er wezen.

Meer berichten