Foto: Nick Oostendorp

Column Luuk Stam - Grondgevoel

Grondgevoel

Het woord hoorde ik voor het eerst toen ik een Belgische wielercommentator vroeg naar de populariteit van het veldrijden in zijn land. Hoe was die te verklaren? In zijn antwoord had hij het over grondgevoel. Ik wist direct wat hij ermee bedoelde. Ploeteren op het land. Strijden te midden van modder en klei. Het is puur en het ligt dichtbij de aard van het Vlaamse volk.

Dat ik wist wat hij bedoelde, kwam omdat wij Achterhoekers dit grondgevoel ook kennen. Als wijzelf of onze ouders niet op het land werkten, dan toch zeker onze opa's en oma's of hun ouders. Ergens zit het in ons bloed. Dat bloed begint te stromen als we de boeren van nu aan het werk zien. Ook voor wie zelf nooit op een trekker rijdt, voelt dat vertrouwd.

Crossen brengt zo'n zelfde soort gevoel boven, of het nou op een fiets of op een motor is. Met onze crossfietsjes reden mijn vrienden en ik vroeger keer op keer hetzelfde rondje door de modder. Net zolang tot zich een spoor vormde. Vonden we prachtig. Hoe dieper door de modder, hoe beter. Later ging het met een Puch over een stuk bouwland, onze crossbaan.

De charme van het onverharde en de vrijheid die de natuur biedt, blijven altijd trekken. Niet voor niets zijn de veldtoertochten in onze regio populair. Ieder weekend halen honderden liefhebbers hun mountainbike ervoor uit de schuur. Minstens zo populair zijn de enduro-evenementen voor de gemotoriseerde crossfietsen.

Vorden heeft steevast eind oktober zo'n enduro. Zelhem was vorige week aan de beurt. En Hengelo staat binnenkort op de kalender. Allemaal georganiseerd door vrijwilligers vol passie. De evenementen stuiten echter op steeds meer verzet. Zo moest de organisatie van de enduro in Vorden de route onlangs verleggen vanwege een kat. Ik verzin het niet.

Die kat zou te veel last hebben van het motorgeluid. De mensen zelf overigens ook. Eén dag met motoren voor de deur is schijnbaar al te veel. Ik heb dat geprobeerd te begrijpen, maar het is me niet gelukt. Misschien komt het omdat ik behoor tot de groep voor wie motorgeluid als muziek in de oren klinkt. In een crossmotor die over een bouwland raast, zie ik pure vrijheid.

Deze klacht staat helaas niet op zichzelf. Het aantal blijkt te groeien. De klachten komen van mensen die hier nog maar kort wonen. Mensen uit het westen, die hier zijn gekomen voor de rust en de ruimte. Maar de Achterhoek is meer dan dat. Het zijn ook de bewoners die deze streek zo mooi maken. Daarbij hoort een manier van leven die gewoontes en tradities met zich meebrengt.

In Vorden zag ik snelle jongens van het ene naar het andere bouwland springen zonder het tussenliggende landweggetje te raken. Ik zag aan beide kanten diepe sporen in het land. Machtig dat het hier eens per jaar kan, dacht ik en ik voelde een soort van trots. Een gevoel dat ik iedere nieuwe Achterhoeker toewens. Een stukje binding met de streek. Een stukje grondgevoel.


Meer berichten
 

Dagelijks het laatste nieuws in je mailbox ontvangen?

Aanmelden