Column Eva Schuurman - Vaak bu-j te bang

Vaak bu-j te bang

Ze staan er vast nog, met tallozen in een oneindige omhelsing. Baldadig amicaal. Elkaar op de kop in prullenbakken duwend. Stoeiend over elk grasveld en eindigend met de bakkes tussen vertrapte sprieten. Ze staan er vast nog, vrouwen met schuddende billen. Zich vastklampend aan neppalmbomen en ontspanning. Kinderen met oordoppen in en zonnehoedjes op, in wandelwagens en zomervakanties. Deinend op muziek uit alle windrichtingen, zich vergapend aan vuurwerk vanuit pijlen, potten en de vleugels van dartelende vliegtuigen.

Ze dansen er vast nog, dames met gesloten ogen en bloemen in de grijze haren. Ze knikken vast nog mee met poëten en filosofen en horen onzichtbare ritmes. In een fantasielandschap dat alles omvat. Ze wankelen er vast nog, op een toren van bierkratten. Om in hun vlucht naar beneden motorcrossers een peace-teken toe te kunnen dichten. Onvast als het dronkenschap en standvastig als de gastvrijheid. Ze bulderen er vast nog, aan welke toog ook, op een terrein zo groot als een universum en met de uitstraling van een favoriete dorpskroeg.

Ze zitten er vast nog, in een kleine theatertent naast een stampend podium. In warm licht op houten banken, omdat ze gewoonweg even rust nodig hebben of aandachtig pogen te luisteren naar wat je maar vertellen durft. Ik zit er vast nog, op die barkruk met mijn woorden op schoot. Met in mijn handen een microfoon die ik bijna opeten moet en in mijn oren de kakafonie van deze wereld in het klein. Een krakend plastic bekertje tussen twee verveelde handen hoor ik voor een schamel applaus aan, want al het geluid vermengt zich met elkaar. Vreugde en høken, zoeken en vinden. Wervels en winden.

Ze straalt er vast nog, op haar vooroorlogse troon. Met onder haar de krakende ruggen van haar dragers. Mannen met de eer, in gelijkende gewaden met uiteenlopende zweetplekken. Ze ronken er vast nog, de voertuigen van vreugd en uitlaatgas. Ze lachen er vast nog naar elkaar, mengen zich onwetend en jolig in vreemde gezelschappen en conversaties. Nemen plaats op de picknickkleedjes van anderen en delen drankjes uit aan wie dorstig lijkt maar onbekend is.

Ze lopen er vast nog, heren met ontblote borsten, welvende wildgroei en buiken vol schuimkragen. Ze wuiven elkaar uitgelaten toe met okselbaarden en vlezige tattoos. En als de avond valt bedekken ze de kippenvellen met geblokte blouses, shirts met bekende kreten of een jurkje van tricot (jawel, ik heb het zelf gezien). Ze hossen van links naar rechts op een dansvloer in de open lucht, vinden gouden liefdes en verliezen plastic munten. Ze zwalken er vast nog, openen de vermoeide armen voor wie hen slalommend tegemoet grijnst.

Ze liggen er vast nog, uitgeteld en volgegoten. Gelukzalig gemoedelijk. Naast megafoons en kampvuren, intiem en met velen. Op elkaars' plakkerige basten en in elkaars' zure walmen. Ze zijn er vast nog. En ik, ik was er voor het eerst. Vaak was ik te bang, maar nu durf ik elk jaar. En ik als ik volgend jaar weerkom, dan staan ze er vast nog.


Meer berichten
 

Dagelijks het laatste nieuws in je mailbox ontvangen?

Aanmelden