Column Eva Schuurman - Dansen

"Sorry", sprak ik van de week. "Mijn hoofd zit een beetje vol. Niet met snot of puistjes, maar met informatie. Ik heb nogal veel trouwerijen." Er viel een stilte in het gesprek met de vage bekende, tot ik de verwarring begreep. "Nee, ik sta niet te dansen op het feest. Ik ben de trouwambtenaar."

Het is hoogseizoen, de zon staat hoog en de liefde viert hoogtij. Ik suis het land door met een kladblok dat niet meer te dragen is. Bovendien is kladblok een zeer oneerbiedige benaming voor wat het mijne bevat. Bezielende en allesomvattende verhalen van jonggeliefden en oudgedienden (en alles daartussenin). Verhalen over vroeger en nu, over pijn en pleisters, over schaterlach en trillende onderlip, over vallen en vliegen. Verhalen die zich vaak enkel in harten en hoofden bevinden en in mijn bijzijn hun ogen dichtknijpen voor de zon. Omdat ze zolang geen daglicht zagen.

En soms, soms durf ik 'm niet meer te openen. Dat kladblok. Bang dat ik niet in staat ben weer te geven wat erin geschreven staat. Dan denk ik: Wie ben ik? Dat ik dit mag doen? Denk te kunnen doen? Dat ik die levens heel eventjes vast mag houden, dat ik daar zacht een kusje op mag drukken om ze vervolgens naar ze terug te blazen. Wie ben ik dat ik mag zeggen van groot verdriet en klein geluk? Dat ik zomaar levens aan mag horen, levens die uitkomen op dit punt. Waar alles samenkomt. Dat ik het vertrouwen krijg dit te begeleiden. Wie ben ik?

Maar ik sta er altijd. Stralend en bescheiden. Scherp en zacht. Gniffelend en gastvrij. Want steeds vind ik ergens weer de moed. Waarschijnlijk uit de talloze vlekken in mijn nek of vanonder het straaltje zweet over mijn rug. Uit de zon of het huppeltje in de voeten van de kinderen. Er is altijd ergens moed, in de knuffel van een vriendin of het kaartje op de mat. Moed die me in de aantekeningen doet duiken en onderdompelt in anderen. En dan, ergens tussen al die woorden, vind ik ook mijzelf terug. En dan durf ik weer.

Ik dans niet op het feest, ik dans in de auto. In stilte, zonder radio en met een zachte glimlach. Ik dans naar huis. Waar de hond me tegemoet kwispelt, als ware zijn staart een drumstick en de vloer zijn trommel. Waar de kinderen meteen luidkeels kakelen over wat er gebeurde in mijn afwezigheid. En waar mijn eigen liefde zoals altijd zijn beurt afwacht, tot ik me een weg gebaand heb door de woonkamer. Langs verloren hagelslagjes, knutselresten, vermoeidheid, stofnesten en het uitzicht op rust. Tot ik bij hem aankom. En dan is het even stil.

"Alles zong", sprak ze na afloop. De grote vrouw die mij aansprak na de trouwceremonie in de kop van Noord-Holland. "Alles wat je zei danste van begin tot eind, ik wilde niet dat het ophield." En glunderend dacht ik: Heb ik toch nog op het feest gedanst..

Meer berichten
 

Dagelijks het laatste nieuws in je mailbox ontvangen?

Aanmelden